Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
126
63- VETTEN.
In het dierhjk Hchaam vindt men vet in kleinere of grootere hoe-
veelheid in de verschillende deelen verspreid, terwijl daarenboven nog
op enkele plaatsen onder de huid veel vet opeengehoopt is. Het run-
dervet of talk en het schapenvet zijn hard en broos; het varkensvet
of de reuzel is week; de vischtraan vloeibaar.
Bij de planten wordt het vet voornamelijk in de zaden gevonden,
waaruit men het door uitpersen afscheidt. Zoo geeft het raapzaad de
raapolie, die, na gezuiverd te zijn, onze lampolie levert; het vlas-
of lijnzaad de lijnolie; de pitten of zaden der amandelen de amandel-
olie. De olijfolie wordt niet uit zaden, maar uit de vruchten van den
olijfboom verkregen. Onder de plantaardige vetten, die in groote
hoeveelheid uit warme landen worden ingevoerd, behooren de palm-
olie, de cocosboter en de cacaoboter, die alle drie uit zaden geperst
worden. Behalve de zaden bevatten nog vele andere plantendeelen
vet, gewoonlijk echter in zoo kleine hoeveelheid, dat men het niet
met voordeel daaruit kan afzonderen.
De verschillende vetten gelijken in vele opzichten op elkander.
Zij hebben alle den eigenaardigen glans, dien men vetglans noemt
en zijn alle vetachtig bij het aanvoelen. Zij kunnen zich niet met
water vermengen.
243810 Proef Men toont dit, door oliën met water te schudden.
Bij het schudden ontstaat er eene troebele, melkwitte vloeistof,
waaruit zich, na lang staan, het vet in onveranderden toestand
afscheidt.
Wil men de afscheiding van het vet vertragen, dan neemt men in
plaats van water eene dikke oplossing van arabische gom. Wrijft men
die oplossing in den mortier met olie, zoodat er een mengsel ont-
staat, waarin geen oliedroppels meer zichtbaar zijn, en verdunt men
daarna het mengsel voorzichtig met water, dan verkrijgt men eene
melkwitte vloeistof, eene emulsie, waaruit men zich de olie niet
meer afscheidt. Toch is de olie niet in het water opgelost, maar
slechts in zeer fijne droppeltjes verdeeld, die men met den micros-
coop zou kunnen ontdekken. Ook de melk is eene dergelijke emulsie;
zij bestaat uit eene heldere oplossing, waarin zeer kleine boterbolletjes
zweven. Laat men de melk staan, dan komt het grootste gedeelte
van de boter als room aan de oppervlakte drijven.