Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
124
in de schors te maken. Zooals de plant ze levert , zijn zij gewoonlijk
vermengd met aetherische oliën (zie hierboven blz. 49), en hebben
daardoor eenen sterken reuk.
Een dergelijk mengsel van hars en aetherische olie is de
terpentijn, die door verschillende soorten van denneboomen wordt
geleverd.
238®'® Proef. Men distilleert terpentijn met water in eene kleine
retort, die met eenen ontvanger voorzien is. Men plaatst daarbij de
retort op een zandbad of op metaalgaas (zie blz. 36).
De overdistilleerende vloeistof verdeelt zich in twee lagen. De bo-
venste laag is terpentijnolie, de onderste is water. Nadat de distillatie
eenige minuten geduurd heeft, giet men de stof, die in de retort is
achtergebleven, in een schaaltje en koelt haar af door er koud water
op te gieten. Zij is veel harder dan de gebruikte terpentijn. Als men
de distillatie zoolang voortzette, totdat al de terpen tij noHe overgedistil-
leerd is, en daarna het overblijvende verwarmde totdat het eene
lichtbruine kleur had aangenomen, zou men het gewone hars of
colophonium verkrijgen.
De terpentijn is een mengsel van eene aetherische olie, de ter-
pentijnolie, en van een hars, dat bij smelting en matige verwar-
ming het colophonium levert.
Als men colophqnium droog distilleert, verkrijgt men in den ont-
vanger teer en in de retort blijft pek over. Om de gewone teer te
verkrijgen, waarmede men houtwerk en touw bedekt, gaat men ge-
woonlijk op de volgende wijze te werk. Men laat stronken van den-
neboomen, die rijk zijn aan terpentijn, eenen geruimen tijd in den
grond staan. De terpentijnolie gaat daarbij langzamerhand verloren,
het hars verandert weinig en het hout vermolmt. Daarna worden de
half vermolmde stukken hout aan droge distillatie onderworpen. In
den ontvanger verzamelt zich teer, dat dus gedeeltelijk uit het hout
afkomstig is, gedeeltelijk uit het hars, dat zich in het hout bevindt.
Behalve colophoniiTm zijn er nog vele andere harsen, die veel gebruikt
worden. Daartoe behooren mastik, copaal, dammar-hars, barnsteen
en andere. Het gomlak wordt in zijnen oorspronkelijken toestand
weinig gebruikt, maar geeft door eene eenvoudige bewerking het al-
gemeen bekende schellak.
239S'« Proef. Men verhit stukjes colophonium op een ijzeren
scliaaltje met de Berzelius-lamp.