Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
123
hoorn in de brandende kachel te brengen. Haalt men het er na
eenige minuten uit, dan is het geheel zwart geworden.
Alle brandbare dierlijke stoffen gevefi kool, als zij in eene be-
sloten ruimte verhit worden, of bij beperkte aatiraking met lucht
verbranden.
De belangrijkste koolsoorten, die uit dierlijke stoffen verkregen
worden, zijn de bloedkool en de beenderkool of het beenzwart.
Zij geven alle bij verbranding koolzuur en laten meer of minder
asch achter (beenaarde).
Koolstof is een bestanddeel van alle brandbare dierlijke stoffen.
237»*e Proef. Men vermengt eene slappe lakmoes-oplossing met
versch gegloeide dierlijke kool, roert het mengsel eenigen tijd om
en filtreert het.
Het vocht loopt kleurloos door het filter.
Dierlijke kool onttrekt dus de kleurstof aan sommige gekleurde
vloeistoffen. Hetzelfde doen ook de andere koolsoorten in mindere
mate. Men trekt in de nijverheid van deze eigenschap partij om ge-
kleurde vochten te ontkleuren. Zoo maken de suikerraffinadeurs de
suiker, die hun als eene bruine stof uit de koloniën wordt geleverd,
tot witte suiker door ze in water op te lossen en de waterige oplos-
sing door dierlijke kool te filtreeren. Behalve kleurstoffen neemt de
kool ook andere stoffen, vooral stinkende stoffen, op. Daarom brengt
men in de filters, waarmede men onzuiver water meer smakelijk en
meer gezond wil maken, eene laag kool. In vroeger tijd verkoolde
men den binnenwand der houten watervaten, waarin men op de
schepen het water bewaarde, ten einde daardoor het water reukeloos
te houden.
Zout, dat in water opgelost is, kan daaruit niet worden afgeschei-
den door het met kool te filtreeren. Dus kan men het zeewater niet
drinkbaar maken door het te laten loopen door een filter, dat met
eene laag kool voorzien is.
62. HARSEN.
Harsen zijn kleverige stofien, die in grooter of kleiner hoeveelheid
door verschillende planten voortgebracht worden. Zij komen uit spleten
in de schors te voorschijn, of worden verkregen door insnijdingen