Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
121
6i. STEENKOOL, COKES EN ANDERE KOOLSOORTEN.
233'" Proef. Men brengt in het buisje a van den toestel, die in
Fig. 24 is afgebeeld, kleine stukjes vette steenkool, en verwarmt die
met de Berzelius-lamp.
Terwijl zich in het buisje c eene waterige en eene teerachtige
vloeistof afzetten, ontwikkelt zich uit het buisje d een gas, dat men
kan aansteken en dat met eene lichtende en walmende vlam brandt.
Als de ontwikkeling van het gas ophoudt, neemt men den toestel
uiteen. In plaats van steenkool vindt men in het buisje a eene sa-
mengebakken poreuse stof, de cokes, die men gewoonlijk niet uit
het buisje kan verwijderen zonder het stuk te slaan. In het buisje c
vindt men koolteer en gaswater, dat alkalisch reageert. Uit d is
lichtgas ontweken.
Steenkool laat bij droge distillatie cokes achter en geef t koolteer,
eene taaie, zwarte, stinkende vloeistof, gaswater, eene alkalisch
reageerende dimne vloeistof, en lichtgas.
Wat wij bij de vorige proef op kleine schaal gezien hebben, ge-
schiedt in het groot in de gasfabrieken. Uit het koolteer maakt men
benzol of vlekkenwater en carbolzuur. Uit het gaswater worden de
ammoniakzouten en de ammonia (Zie boven blz. 74—77 en 82.)
234»t8 Proef Men herhaalt de 231"« en 232®*« Proef met cokes
in plaats van houtskool.
Ook de cokes brandt niet in eene gesloten ruimte. In aanraking
met lucht verbrandt zij zonder vlam tot koolzuur en laat daarbij
asch terug.
235®*® Proef Men herhaalt de 230®'", 231'"= en 232®'e Proef,
met turf in plaats van hout of steenkool.
Ook de turf geeft bij droge distillatie een brandbaar gas, teer,
eene waterige vloeistof en kool (turfkool).
236"« Proef. Men verwarmt in eenen porseleinen kroes, dien men
met behulp van een ijzeren driehoek op den drievoet plaatst en
losjes met een deksel sluit, (zie fig. 25), achtereenvolgens verschil-
lende brandbare plantaardige stoffen, bijv. droge bladeren, rijst,
tarwe, suiker, stijfsel.
Bij elke van deze proeven vormen zich brandbare gassen en blijft
er kool achter. Bij de verschillende stoffen hebben de gassen niet