Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
120
men het houtzaagsel met de Berzelius-lamp, en laat het buisje c in
een bekerglas met koud water dompelen.
Het houtzaagsel wordt spoedig bruin en daarna zwart gekleurd.
In het buisje c zetten zich twee vloeistoffen af, eene taaie, bruinge-
kleurde, het houtteer, en eene waterige vloeistof, die zuur reageert.
Door het buisje d ontwijkt een gas, dat zich laat aansteken en met
eene weinig lichtende vlam verbrandt.
Uit de zure vloeistof, die bij deze proef wordt verkregen, maakt
men in het groot houtazijn en hoiUgeest. In het reageeerbuisje a is
bij het einde der proef houtskool achtergebleven, die zich gemak-
kelijk daaruit laat verwijderen.
Zou nu het teer, de houtazijn, de houtgeest en het houtgas reeds
in het hout aanwezig zijn? Is het hout eene vluchtige stof? (Zie
hierboven blz. 46 en 47.)
Men noemt de bewerking, die bij de 230'te Proef is ten uitvoer
gebracht, eene droge distillatie.
Onder droge distillatie verstaat men het verhitten van eene niet-
vluchtige stof, buiten aanraking met lucht, in geval de stof bij
hare verwarming in kool en vluchtige stoßen overgaat.
231»*® Proef. Men verwarmt de houtskool, die men bij de vorige
proef verkregen heeft, op een dun ijzeren plaatje.
De houtskool verbrandt langzaam zonder vlam en laat na hare
verbranding een weinig asch achter.
2328'® Proef. Men brengt stukjes houtskool in een porseleinen
kroesje, dat men met een deksel sluit, en verwarmt het kroesje met
de Berzelius-lamp eerst matig, daarna sterk.
In eene gesloten ruimte begint houtskool bij verwarming wel te
gloeien, maar verbrandt 'niet, en blijkt na afkoeling geheel onver-
anderd te zijn.
Bij de verbranding van houtskool is lucht noodig. De houtskool
gaat bij verbranding in koolzuur over. (Zie hierboven bldz. 97
en 99.)
Men bereidt de houtskool in kolenmijten of door droge distillatie
van hout in retorten.