Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
Lood lost in salpeterzuur op, terwijl zich bruine daftipefi vor-
men. Uit de heldere loodoplossing zet zich eene witte, kristallijne
stof af, die salpeterzuur lood genoemd wordt.
Het lood is zoo week, dat het met den nagel bekrast kan worden.
Het laat zich gemakkelijk tot platen uitslaan en wordt gebruikt voor
dakgoten, hagelkorrels en, met antimonium samengesmolten, voor
drukletters. In vochtige lucht verliest het lood zeer spoedig zijnen
glans en bedekt zich met een dof, grauw laagje.
220«® Proef. Men verhit in een plat, dun ijzeren schaaltje een
stuk lood in de vlam der Berzehus-lamp.
Het lood smelt spoedig (bij 330°) en bedekt zich met een huidje,
dat achtereenvolgens verschillende kleuren vertoont en eindelijk
geelgrauw wordt. Telkens als men dit huidje wegneemt, vormt
zich een nieuw. Bij sterker verwarming dan met de Berzelius-
lamp te verkrijgen is, smelt de gele stof, die het huidje sa-
menstelt, en geeft bij stolling eene roodgele massa, die loodglit
genoemd wordt.
Lood, dat in de lucht sterk verwarmd wordt, gaat in loodglit
over.
22i8te Proef. Men brengt in twee bekerglazen loodglit in aan-
raking met verdund salpeterzuur en met verdund azijnzuur. Na
matig verwarmd te hebben, filtreert men de vloeistoffen en dampt
ze een weinig in.
Uit de oplossing van loodglit in salpeterzuur verkrijgt men sal-
peterzuur lood; uit de oplossing van loodglit in azijnzuur eene
witte, kristallijne stof, die azijnzuur lood of loodsuiker genoemd
wordt.
222't® Proef. Men vult eene nauwmondige stopflesch met eene
oplossing van loodsuiker, waarbij men een weinig azijnzuur gevoegd
heeft, en hangt boven in het fleschje een gewogen stukje zink.
Men ziet zich het lood uit de loodoplossing in kristallijne plaat-
jes op het zink afzetten (loodboom). Nadat zich het lood afgezet
heeft, spoelt men het zinken plaatje af, droogt het en weegt het.
Het is veel lichter geworden.
Uit een loodzout wordt het lood door zink neergeslagen, en in
de plaats daarvati lost zich zink op.
Wat zou er wel gebeuren, als men in de oplossing van een zink-
zout of van een ijzerzout koper of lood bracht ? Zou het zink en het