Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
214'^° Proef. Men brengt in drie reageerbuisjes met verdund sal-
peterzuur (eene maat salpeterzuur op twee maten water) a ijzer, b
zink, c koper, en verwarmt de buisjes.
Ijzer, zink en koper lossen onder vorming van bruine dampen
in salpeterzuur op. Het ijzer geeft eene geelbruine, het zink eene
kleurlooze, het koper eene blauwe oplossing. In die oplossingen zijn
drie stoßen aanwezig, die moeilijk of in het geheel niet kristalli-
seer en, en die men salpeterzuur ijzer, salpeterzuur zink, salpeter-
zuur koper noemt.
Bij vele der voorgaande proeven hebben wij metalen in zuren zien
oplossen. De stoffen, die bij indamping van dergelijke oplossingen
van metalen in zuren worden verkregen, heeft men zouten genoemd,
omdat zij in vele opzichten overeenstemmen met de vroeger ver-
melde zouten, die gemaakt worden door zuren te neutraliseeren. (Zie
hierboven blz. 8i en vlg.) Dus is kopervitriool of zwavelzuur koper
een zout, evenzoo ijzervitriool of zwavelzuur ijzer, zinkvitriool of
zwavelzuur zink, enz.
Zouden nu de metalen nog in de genoemde zouten aanwezig zijn?
Wij kunnen ze daarin, zonder nader onderzoek, volstrekt niet meer
ontdekken. Om aan te toonen dat zij er toch in zijn, moeten wij
ze er weder uithalen. Dit gelukt bij koper zeer gemakkelijk.
2igde Proef Men brengt een gewogen plaatje zink in eene sterke
oplossing van kopervitriool.
Het zink bedekt zich weldra met een rood huidje, dat voortdurend
dikker wordt, en op den bodem valt, als men het glas beweegt,
waarin het kopervitriool is. De blauwe vloeistof wordt lichter van kleur
en is na een paar uur geheel kleurloos geworden.
2i6'i8 Proef. (Voortzetting van de vorige.) Men filtreert de kleur-
looze vloeistof door een filter, dat men losjes met eene glazen plaat
bedekt, om de lucht grootendeels buiten te sluiten. De vloeistof wordt
daarna een weinig ingedampt en geeft bij afkoeling kristallen van
zinkvitriool. (Zie op blz. node wijze, waarop men dit aantoont.) Het
zinken plaatje wordt met water afgespoeld, gedroogd en gewogen.
Het is aanmerkelijk lichter geworden. Het roode neerslag wordt zoo
spoedig mogelijk gedroogd en in den mortier gewreven. Het ver-
toont, na gewreven te zijn, duidelijk hier en daar den glans en de
kleur van koper en geeft ook met salpeterzuur bruine dampen en eene
blauwe vloeistof Het roode neerslag is dus fijn poeder van koper.