Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
53- IJZER.
205^6 Proef. Men vult een kolfje voor een derde gedeelte met
dun ijzerdraad en verder met zooveel verdund zwavelzuur (eene maat
zwavelzuur op vijf maten water), .dat het daarmede tot over de helft
gevuld is. Vervolgens sluit men het kolfje door eene kurk, waardoor
een omgebogen gasgeleidingsbuisje steekt, dat boven den waterbak
uitkomt. (Zie fig. 20 op blz. 91). Dan plaatst men het kolfje op
metaalgaas in eenen ring van den filtreerstandaard en verwarmt het.
Uit het zwavelzuur ontwikkelt zich weldra een gas, waarvan men
eene geruime hoeveelheid, die nog met lucht gemengd is, laat ont-
snappen. Daarna vangt men het gas in een klokje boven den waterbak
op. Het blijkt waterstofgas te zijn. Hoe zal men dit aantoonen?
Terwijl zich dè waterstof ontwikkelt, wordt de vloeistof in het
kolfje langzamerhand groen gekleurd en lost het ijzer gedeeltelijk
op. Nadat de ontwikkeling van waterstof heeft opgehouden, laat men
de oplossing door een filter in een bekerglas loopen, dat men met
een glazen plaatje bedekt, en laat de vloeistof bekoelen. Bij de af-
koeling zetten zich uit de vloeistof groene kristallen af, die, bij on-
derzoek met galnoten-aftreksel, met rood en met geel bloedloogzout,
ijzervitriool blijken te zijn. (Zie over de eigenschappen van ijzer-
vitriool blz. 23 en 24.) Een gedeelte van de vloeistof, die de kristallen
heeft afgezet, wordt, na met water verdund te zijn, bij eene soda-
oplossing gevoegd; een ander gedeelte, na eveneens met water ver-
dund te zijn, met eene potaschoplossing vermengd. Er ontwikkelt
zich geen koolzuur; dus bevat de vloeistof geen zwavelzuur meer.
(Zie blz. 82.)
A/s men ijzer met verdund zwavelzuur verwarmt, dan verdwijnt
er ijzer en zwavelzuur, en in de plaats daarvan ontstaan ijzer-
vitriool en waterstof.
2o6'1<' Proef Men herhaalt de vorige proef met zoutzuur in de
plaats van zwavelzuur. Men neemt daarbij zoutzuur, dat met eene
gelijke hoeveelheid water verdund is.