Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page

102
zet men de kolf in koud water. Na verloop van die twee of drie mi-
nuten slaat men eenen handdoek om de kolf, en steekt het gas aan,
dat uit de opening van het glazen buisje komt.
Het gas brandt met eene blauwe, weinig zichtbare vlam.
Laat men het gas niet latig genoeg uitstroomen, dan kan er bij
deze fjroef eene gevaarlijke ontploffing plaats hebben; vandaar de voor-
zorg om de kolf met eenen doek te omgeven, waardoor alle gevaar
voor de omstanders wordt weggenomen.
194ste Proef. (Voortzetting van de vorige). Men wacht, ter-
wijl het gas nog altijd aan de opening brandt, totdat de stroom
vrij langzaam is geworden, en stulpt dan eene droge flesch,
die niet te klein mag zijn, over de vlam heen. Om den gas-
stroom te vertragen en daardoor de vlam klein te maken, wat voor
het gelukken van deze proef wenschelijk is, kan men de kolf in
koud water zetten.
De binnenwand van de flesch wordt oogenblikkelijk beslagen, en
na verloop van een paar minuten worden kleine droppels water zicht-
baar. Dit water kan geen vochtigheid uit de kolf zijn, die meege-
voerd is door het gas. Waarom niet? Bluscht men de vlam uit en
laat men het gas onverbrand in eene tweede flesch stroomen, dan
wordt die flesch niet vochtig. Het water ontstaat dus bij de verbran-
ding van het gas; daarom noemt men het gas waterstof.
195ste Proef Men vervangt het chloorcalcium-buisje door eene
caoutchouc-buis, en brengt in de kolf eene nieuwe hoeveelheid ver-
dund zwavelzuur en, zoo noodig, eene nieuwe hoeveelheid zink.
Men laat het gas zich eenige minuten lang ontwikkelen en vult er
een hoog cylinderglas mede, dat men op den waterbak heeft ge-
plaatst.
Men sluit het gevulde cylinderglas met eene dekplaat, neemt
het van den waterbak, terwijl men steeds de opening, die
door de dekplaat gesloten is, naar beneden houdt, en brengt
nu een brandend kaarsje, dat aan eenen ijzerdraad is beves-
tigd, onder de opening, terwijl men de dekplaat wegtrekt (zie
fig. 23). Het gas brandt aan de opening. Schuift men het
kaarsje hooger in het glas, dan wordt de vlam uitgebluscht;
laat men het weder zakken, dan ontbrandt het kaarsje opnieuw
door de vlam van het gas, dat aan de opening van het cylinder-
glas brandt.