Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
dat den trechter vult. De glimmende zwavelstok ontbrandt in het
gas. Onderzoekt men het water door het te koken, dan blijkt dat er
veel minder koolzuur in is dan voor de proef.
De groene plantendeelen nemen in den zonneschijn koolsuur op
en geven zuurstof af.
Aanmerking. De proef, waardoor dit belangrijk verschijnsel wordt
aangetoond, geeft alleen dan eene duidelijke uitkomst, als men jonge
bladeren gebruikt in niet te kleine hoeveelheid, de aanhangende lucht-
bellen goed verwijdert en eenen zonnigen dag uitkiest.
Bij planten, die in de lucht staan, heeft deze werking even goed
plaats als bij planten in koolzuurhoudend water, maar men ziet haar
niet, omdat zoowel het opgenomen koolzuur als de afgegeven zuur-
stof onzichtbaar zijn. Zoudt gij niet een middel kunnen bedenken om
het verschijnsel bij eene plant aan te toonen, zonder haar in kool-
zuurhoudend water te zetten ? Bij waterplanten kan men op zonnige
voorjaarsmorgens de belletjes zuurstof in groote hoeveelheid naar
boven zien stijgen.
51. WATERSTOF.
192®'« Proef. Men brengt in een cylinderglas, dat niet te nauw
mag zijn, stukken zink, en overgiet die met verdund zwavelzuur
(eene maat zwavelzuur op vijf maten water).
Onder hevig schuimen ontwikkelt zich een gas, dat brandbaar is
en bij het aansteken knetterende ontploffingen doet hooren.
193»'« Proef. Men ontwikkelt hetzelfde gas uit zink en zwavelzuur
in het kolfje A van den toestel, die in Fig. 17, blz. 70 is afgebeeld.
In de plaats van het kolfje B laat men het gas door een horizontaal
buisje strijken, dat men met eene hygroscopische stof, liefst chloor-
calcium , vult. De wijze, waarop men zulk een buisje aanlegt, is bij
de 177""' Proef beschreven. Bij het strijken door dit chloorcalcium-
buisje verliest het gas al den waterdamp, dien het uit de vloeistof
heeft medegevoerd. Uit het chloorcalcium-buisje laat men het gas
stroomen in een nauwer glazen buisje, dat rechthoekig naar boven
is omgebogen.
Men laat de ontwikkeling van het gas gedurende twee of drie mi-
nuten krachtig voortgaan; wanneer het schuimen te sterk wordt.