Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
met lucht uit de school gevuld heeft, met eene flesch met buiten-
lucht, door beide met kalkwater te schudden.
Op de genoemde plaatsen is aangetoond, dat de uitgeademde lucht
meer koolzuur en waterdamp bevat dan de ingeademde. Men heeft
ook onderzocht, of de uitgeademde lucht nog even veel zuurstof en
stikstof bevatte als de ingeademde. Dit onderzoek is moeilijk, en wij
kunnen alleen de uitkomst vermelden. Men heeft bevonden, dat na-
genoeg al de stikstof weder uitgeademd wordt, maar dat van de in-
geademde zuurstof slechts ongeveer vier vijfden worden uitgeademd.
Door de ademhaling van menschen en dieren wordt uit de lucht
zuurstof weggenomen, en koolzuur en waterdamp daarin gevoerd.
Behalve koolzuur en waterdamp worden door de ademhaling ook
nog andere stoffen in den dampkring gebracht. Daar koolzuur en
waterdamp beide reukeloos zijn, moeten die andere stoften den onaan-
genamen reuk veroorzaken, dien bedorven lucht verspreidt. De hoe-
veelheid van die andere stoften is echter uiterst gering.
Ofschoon door verbranding en ademhaling telkens nieuwe hoeveel-
heden koolzuur in den dampkring gebracht worden, neemt zijn ge-
halte aan koolzuur toch niet aanmerkelijk toe. Want er bestaat eene
werking, die voortdurend koolzuur uit den dampkring wegneemt en
zuurstof daarin brengt.
igi«te Proef In eenen grooten trechter, waarvan men de buis
luchtdicht met eene kurk kan sluiten, brengt men een aantal jonge bla-
deren. Daarna brengt men den trechter in een bekerglas, dat gevuld
is met water, v. aarin men veel koolzuur heeft opgelost. Men dompelt
den trechter zoo diep in het bekerglas, dat hij zich geheel met het
water vult, verwijdert vervolgens door schudden de luchtbelletjes,
die aan de bladeren kleven, en sluit dan den trechter onder water
met de kurk. Wil men niet te veel moeite hebben met de verwijdering
der luchtbellen, dan moet men de bladeren in den vroegen morgen
verzamelen, als zij nog vochtig zijn van den dauw. Het bekerglas
met den trechter zet men eenige uren lang in de zon.
Na verloop van eenige uren heeft zich in de buis van den trech-
ter een kleurloos gas verzameld. Op de bladeren ziet men grootere
en kleinere luchtbellen, waarvan er zich nu en dan een loslaat en
naar boven stijgt. Men haalt nu den trechter zoover uit het water,
dat het vocht binnen en buiten den trechter even hoog staat, neemt
de kurk weg en brengt eenen glimmenden zwavelstok in het gas,