Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
voor geen nieuw stukje toe te voegen, voordat het vorige verbrand
is. Zie de 31»'« Proef.
Brandbare voorwerpen verbranden zeer snel, als zij met gesmol-
ten chloorzure potasch in aanraking komen. Waarom?
i88»te Proef. Men vermengt gelijke deelen zwavel en chloorzure
potasch. Het mengen moet met groote voorzichtigheid geschieden;
men wrijft de twee stoffen ieder afzoiiderlijk fijn, en mengt ze
daarna niet in den mortier, maar op een vel papier, zonder te
drukken, met den vinger of met eene penneveer. Om te doen zien.
hoe gevaarlijk het zijn zou grootere hoeveelheden in den mortier sa-
men te wrijven, kan men die bewerking verrichten met eene zeer
kleine hoeveelheid van het mengsel, vooral niet meer dan een deci-
gram. Zoodra de mortier door het wrijven eenigszins warm is ge-
worden, hoort men knetterende ontploffingen. Wrijft men grootere
hoeveelheden samen, dan wordt de mortier dikwijls stukgeslagen en
de stukken met groote kracht weggeslingerd.
Van het mengsel brengt men een weinig op een plaatje blik, of
op een houten blokje, en raakt het aan met de vlam van eenen
zwavelstok.
Het tnengsel verbrandt zeer snel en met eene lichtende vlam.
189"® Proef. Men voegt met dezelfde voorzichtigheid bij gedeel-
ten van het mengsel van zwavel en chloorzure potasch: a poeder
van krijt, b een weinig van het gedroogde zwarte poeder, dat men
bij de 59»'®l Proef heeft verkregen, en wat gebrande aluin, die men
vooraf nog eens gegloeid heeft en goed heeft laten bekoe-
len. (Zie de 50'«« Proef) Daarop brengt men eene vlam bij
deze mengsels.
Het eerste mengsel brandt met eene roode, het tweede met eene
blauwe vlam. Bengaalsch vuur.
Waarom brandt het mengsel van eene brandbare stof en chloor-
zure potasch zoo snel?
Men herinnere of herhale de 308'e en 328'e Proef met salpeter.
Wat zou het gas zijn, dat bij verwarming uit gesmolten salpeter
ontwijkt? Waarom verbrandt buskruit zoo snel?