Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
49- BRUINSTEEN EN CHLOORZURE POTASCH.
Veel gemakkelijker dan uit de lucht kan men zuurstof bereiden
uit bruinsteen en chloorzure potasch. Bruinsteen is een bruinzwarte
of zwarte steen, die, fijngestooten, een zwart poeder geeft. Chloor-
zure potasch is eene witte, vaste, stof, die zich als kristallijne plaat-
jes voordoet.
1828'« Proef Men brengt in twee kleine bekerglazen water aan
de kook, en beproeft in het eene bruinsteen op te lossen, in het
andere chloorzure potasch.
Bruinsteen is in water onoplosbaar; chloorzure potasch is op-
losbaar.
Nadat men in het kokend water eene aanzienlijke hoeveelheid chloor-
zure potasch heeft opgelost (bijv. 30 gram per 100 CC.), laat men
het vocht bekoelen. Bij de afkoeling ontstaan in de vloeistof glinste-
rende kristallijne plaatjes, die langzaam naar den bodem zinken.
Chloorzure potasch is ifi warm water meer oplosbaar dan i7i koud.
Zijn u meer stoffen bekend, die dezelfde eigenschap hebben?
1838*« Proef. Men brengt in een reageerbuisje van Boheemsch
glas poeder van bruinsteen, sluit het buisje met eene doorboorde
kurk, in wier opening een omgebogen glazen buisje bevestigd is,
dat men in eene schaal met water laat uitkomen, en verwarmt den
bruinsteen met de Berzeliuslamp of met de gaslamp tot gloeiens.
Er ontwikkelt zich uit den bruinsteen een gas, dat men opvangt
in een reageerbuisje of in een klokje boven de schaal met water.
Brengt men in dit gas eenen glimmenden zwavelstok, dan begint
hij dadelijk te branden.
ig^ste Proef. Men herhaalt de vorige proef met fijngewreven
chloorzure potasch. Het fijnwrijven van de chloorzure potasch moet
met voorzichtigheid geschieden. Men zorge, dat de mortier volkomen
schoon zij; van sommige stoffen kunnen zelfs zeer kleine hoeveelhe-
den bij het samenwrijven met chloorzure potasch de aanleiding geven
tot ontploffingen. Daarenboven bevochtigt men de chloorzure potasch
met een weinig spiritus. Ook zorgt men, dat het buisje, waarin men
de chloorzure potasch verhit, goed schoon is.
De chloorzure potasch smelt en ontwikkelt, al schuimende, het-
zelfde gas als de bruinsteen, maar in veel grootere hoeveelheid.