Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
komen dezelfde wijze als de proef met den spiritus. Bij de verbran-
ding van zwavel en phosphorus onderzoekt men de reactie van het
water, dat in de flesch is opgestegen, voordat men haar onder kalk-
melk opent.
Bij al deze proeven blijft er, na de verbranding, hetzelfde gas
over, dat eene vlam uitbluscht evenals koolzuur, maar dat niet
door kalkmelk wordt opgenomen. Tevens bemerkt men, dat de
hoeveelheid der lucht door de verbranding vermindert. Want men
kan duidelijk zien, dat, wanneer men de weinige luchtbellen weder
toevoegde, die bij het begin der verbranding uit de klok zijn ont-
weken, de hoeveelheid der lucht toch nog geringer zou zijn dan
voor de verbranding.
Evenals de kalkmelk hel koolzuur opneemt, evenzoo netnen bran-
dende voorwerpen een bestanddeel der lucht op. Maar zij doen het
veel sneller. Daar vele brandende voorwerpen, bijv. zwavel, phos-
phorus , spiritus, vet^ met dit bestanddeel zuren vormen, heeft 7nen
het zuurstof genoemd.
Het bestanddeel der lucht, dat niet door de brandende stoffen
wordt opgenomen, is, zooals wij zagen, een kleurloos en reukeloos
gas, dat eene vlam uitbluscht en waarin een dier sterft. Men
noemt dit gas stikstof. Van koolzuur onderscheidt het zich, door-
dien het kalkwater niet troebel maakt en door kalktnelk niet wordt
opgenomen.
Konden wij de vorige proeven zoo inrichten, dat er geene lucht-
bellen ontweken, dan zou er duidelijk uit blijken, dat de lucht voor
^ uit stikstof bestaat. Daar de stikstof de verbranding en de adem-
haling niet onderhoudt, is het duidelijk, dat deze werkingen moeten
worden veroorzaakt door het andere bestanddeel, de zuurstof Om de
zuurstof uit de lucht te kunnen afzonderen, zouden wij eene stof
moeten kennen, die in staat was de stikstof op te nemen, zooals de
kalkmelk het koolzuur en brandende lichamen de zuurstof Zulk eene
stof is echter niet bekend, en wij kunnen daarom uit de lucht de
zuurstof niet op eene eenvoudige wijze afzonderen.
De lucht bestaat dus hoofdzakelijk uit twee bestanddeelen: voor
J uit zuurstof, voor ^ uit stikstof. Daarenboven bevat zij altijd
eetie geringe hoeveelheid waterdamp (zie blz. 34) en koolzuur (zie
blz. 92).