Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
Proef. Men neemt eenen gebogen ijzerdraad, die zich ge-
makkelijk aan den rand van eene schaal of van eenen waterbak laat
bevestigen (zie Fig 21). Aan het eene uiteinde a is die ijzerdraad
op zoodanige wijze gebo-
gen, dat men op de wijdere
ringen, die hij vormt, een
klein porseleinen schaaltje
kan zetten, terwijl in den
nauweren plaats is voor
een dun propje lampka-
toen. In dien nauweren
ring brengt men een propje lampkatoen, dat men met spiritus
bevochtigt, en zet den ijzerdraad op de wijze, die in Fig. 21 is
afgebeeld, in eene met water gevulde porseleinen schaal of in eenen
waterbak. Daarna ontsteekt men de spiritus en stulpt over de vlam
een fleschje, dat men met eene kurk luchtdicht kan sluiten.
Daar de lucht door de warmte van de vlam wordt uitgezet, ont-
wijkt zij gedeeltelijk in bellen door het water. De spiritusvlam wordt
weldra uitgedoofd; het water stijgt in het fleschje en vult het voor
een groot deel. Nu verwijdert men den ijzerdraad uit het fleschje,
zonder dat men het uit het water neemt en sluit het onder water
met eene passende kurk. Om het koolzuur, dat door de verbranding
van den alcohol ontstaan is, uit de overgeblevene lucht te verwijde-
ren , schudt men den inhoud van het fleschje, opent het onder eene
schaal met kalkmelk, sluit het weder, schudt nog eens, opent opnieuw
onder kalkmelk, enz. Op deze wijze gaat men voort, totdat de hoe-
veelheid der lucht in het klokje, bij voortgezet schudden, niet ver-
mindert, wat zeer spoedig het geval is.
Daarna opent men het klokje en brengt er eenen brandenden
zwavelstok in. Deze wordt dadelijk uitgebluscht. Toch kan het gas
geen koolzuur zijn. (Waarom niet?)
Om nu te onderzoeken of dit gas uit de lucht afkomstig is of uit
den brandenden spiritus, nemen wij de volgende
i8i8tc Proef Men herhaalt de vorige proef met een kaarsje, met
zwavel, met phosphorus, dien men het best op een klein porseleinen
schaaltje aansteekt, dat men in de ringen van den ijzerdraad geplaatst
heeft. Men neemt daarvoor een schaaltje, waarvan de middellijn on-
geveer 2 cM. groot is. Men doet de proef met het kaarsje op vol-