Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
len onder kalkwater opent, daarna onder kalkmelk. Men zie over
deze stoffen blz. i6.
Het kalkwater lost, al (roebel wordende, het koolzuur op; de
kalkmelk doet zulks nog sneller.
Proef. Men leidt koolzuur door kalkwater en laat het witte
poeder bezinken, dat de troebehng veroorzaakt. Nadat men het vocht
heeft afgegoten, brengt men zoutzuur op dit witte poeder. Er ont-
wikkelt zich koolzuur en er ontstaat eene heldere oplossing, die bij
voorzichtige indamping chloorcalcium geeft.
Het witte poeder is dus koolzure kalk. Koolzuur geeft dus in
kalkwater een neerslag vati koolzure kalk. (Zie hierboven blz. 83).
logste Proef. Men blaast door een dun glazen buisje uitgeademde
lucht in kalkwater. (Zie de 42»'® Proef.)
De oplossing wordt weldra troebel. De uitgeademde lucht bevat
koolzuur.
177®"= Proef. Men vult een glazen buisje, dat aan beide zijden
open is, met fijn poeder van ongebluschte kalk of gebrand marmer,
brengt aan iedere zijde van het buisje op de kalk een propje watten,
en sluit het aan beide zijden met eene kurk, waardoor een ander
glazen buisje steekt. Men blaast nu de uitgeademde lucht door het
buisje in het kalkwater. Nog beter is het een van de buisjes'te ge-
bruiken, die men chloorcalcium-buisjes noemt.
Het kalkwaten wordt ook na eenige minuten nog niet troebel ge-
maakt, ofschoon er eene menigte luchtbellen doorgaan.
De uitgeademde lucht bevat dus slechts eene geringe hoeveelheid
koolzuur en eene groote hoeveelheid van andere gassen. De kalk
neemt, zoowel in vastefi toestand als wanneer zij voorkomt als
kalkwater of kalkmelk, het koolzuur op.
Kalkwater, dat lang in een open bekerglas staat, wordt langzamer-
hand troebel. Ook de dampkringslucht bevat koolzuur. De hoeveel-
heid is echter nog veel kleiner dan in de uitgeademde lucht.
Wat zal er wel gebeuren met kalk of gebrand marmer, die men
in de open lucht laat liggen ? Hoe zal men aantoonen, dat deze stoffen
koolzuur aantrekken uit de lucht? Wat nemen de hygroscopische
stoffen uit de lucht op? koolzuur of iets anders? (Zie hierboven
blz. 10.)
Daar het koolzuur in water oplosbaar is, moet het regenwater
koolzuur bevatten. Evenzoo het pompwater, dat niets anders is dan