Boekgegevens
Titel: Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Man, C.J. de
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1892
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6398
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
16. Als men van eene partij koren het Wg a / 5 en
de rest a ƒ 4,80 verkoopt, dan wint men een
gulden of '/jgg van den inkoop. Uit hoeveel HL.
bestaat die partij?
17. Een kleinhandelaar verkoopt zijne waren met 22^ "/q
winst De som van in- en verkoop bedraagt 100
gld. Hoeveel is het verschil van in- _____
18. Hoeveelis u7;Z ' ^
19. Van een stuk linnen, gekocht voor
het % verkocht a / 2 den M. en de r^S^^t^i'^ll^S^
uit bestaat, voor ƒ 27,50. Hoeveel %
wint men?
20. Van twee getallen staat de som tot het kleinste als
12 : 5. Het verschil dezer getallen is 30. "Welke
zijn het?
21. Een vader is 4 maal zoo oud als zijn zoon. Als
gij den leeftijd des vaders in jaren en dien des
zoons in weken uitdrukt, is de som dezer ge-
tallen 756. Hoe oud is ieder?
22. Iemand ruilt 5^/g last haver van / 4,5 den HL.
tegen rogge, die 1^/3 maal zoo duur is. Hoeveel
"/o wint hij, als hij de rogge tegen ƒ 7 den HL.
verkoopt ?
23. Een jongen heeft in zijn spaarpot 7 maal zooveel
centen als dubbeltjes. Als hij het V4 van zijn
geld en ƒ 5 uitgeeft, houdt hij nog een dubbeltje
over. Hoeveel dubbeltjes heeft hij?