Boekgegevens
Titel: Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Man, C.J. de
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1892
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6398
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
13. De som van twee getallen is 1050. Deelt men het
eerste door 7 en het tweede door 14, dan zijn de
quotienten evengroot. Welke getallen zijn het?
14. Als iemand f 800 over 3 en ƒ 1000 over 5 maan-
den moet betalen, wanneer kan hij dan in eens
zijne schulden afdoen?
15. Hoeveel is:
__ 0,4375 XJ'/r + 0,68
C/9 X 'In X'lsX'ksT'-i'InX 'kX 'hsX'kr
16. A heeft gewerkt 6 dagen en 4 uren tegen f 1,50
per dag en B 5 dagen en 6 uren tegen f 1,80 per
dag. Samen hebben zij f 19,40 verdiend. Op hoe-
veel uren is een dag gerekend?
17. Aan zeker werk heeft A 7 dagen en 3 uren en B
7 dagen min drie uren gewerkt. Het dagloon van
A is ƒ 2,40 en dat van B ƒ 3. B ontvangt f 2,85
meer dan A. Op hoeveel uren is de dag gerekend?
18. Hoeveel liters water moet men voegen bij 80 L.
spiritus van 80 "/q en bij 75 L. spiritus van 75 %
om een mengsel te krijgen van 60 % ?
19. Iemand koopt 40 M. laken ä f 7,50 en 25 M. ä
f 6 den M. Hij verkoopt ze tegen denzelfden
prijs per M., winnende op een M. van het tweede
stuk evenveel % als hij ten honderd verliest op
den M. van het eerste stuk.
hij in het geheel?