Boekgegevens
Titel: Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Man, C.J. de
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1892
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6398
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
17. Het product van twee getallen, die 36 verschillen,
is 4500 meer dan het vierkant van het kleinste.
Welk is het product dezer getallen?
18. Hoeveel is:
[(3'/2 X 6,003 + 7 X 3,0015) : 3,5] X 18,37 p
12,006 X 6^^/300. ■
19. In te vullen:
2'/2 HL. = . . . . cJP; 93/^ HA. = .... M2.
3 "5 dlP. = .... dS.; 0,02 L. = . . .. cS.
105,5 dS. = ... . cj\P; 0,01 cM3. = . . . . mS.
20. Men verkoopt eene partij koopwaren met eene winst,
die ƒ 25 meer bedraagt, dan 12%. Het bedrag
van in- en verkoop is f 4000. Hoeveel rijksd.
heeft men gewonnen?
21. A en B leggen denzelfden weg af. A vordert per
uur 5'3 en B 6 KM. A loopt 4* 2 uur langer
dan B over den weg. Hoe lang is de weg?
22. Iemand heeft f 3000 uitgeleend, gedeeltelijk ä 3»/^
en gedeeltelijk ä 472 "/o 's jaars. Na 10 maanden
ontvangt hij f 106,875 aan interest. Hoe groot
was het kapitaal dat ä 3»/,, uitstond.
23. Hoeveel vierkante halve meters zijn samen:
0,000875 A + 0,0375 cA., + 0,625 halve vier-
kante meters + 10250 dM^. + 3,075 DM^. ?
24. Yan eene opgaande deeling is het quotient 39 en
de laatste aftrekker 12 maal zooveel. Schrijf die
deeling.
3'