Boekgegevens
Titel: Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Man, C.J. de
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1892
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6398
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
zittingen zich als 2 : 7 en na het spel als 1 : 4.
Zoo A f 2 verloren heeft, met hoeveel is dan
ieder begonnen ?
3. Iemand verkoopt met een gelijke winst zoo dikwijls
5 KG. ä f 1,84 als 7 KG. a f 1,80. Do geheele
winst is ƒ 18. Hoe zwaar is de partij?
4. A en B maken samen een werk in 8- |, dag. A
werkt 1 'ij maal zooveel per dag als B. In hoe-
veel tijd kan ieder het werk afmaken ?
5. Vul in:
(4% - 0,275 + 3'/, X 5' 3)X43^/, _
Y — . . .. X
6. Vier getallen, die met 25 opklimmen, worden onder
elkaar geschreven als de gedeeltelijke producten
eener vermenigvuldiging. De som is dan 774625.
AVelke getallen zijn dat?
7. Als men het ''^ eener partij koopwaren met 15 " q
winst en de rest met 6 verlies verkoopt, is de
som van in- en verkoop f 7210. Hoe groot is de
inkoop en hoeveel % wint men ?
8. Een jongen, die een gulden heeft, ontvangt eiken
dag een dubbeltje en geeft eiken dag 12 centen
uit. Zijn makker, die eiken dag 15 centen krijgt,
verteert ook dagelijks 12 centen. Na hoeveel
dagen hebben zij evenveel?
9. Welk 7voud laat bij deeling door 8, 9, 10 of 12
steeds 7 tot rest?