Boekgegevens
Titel: Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Man, C.J. de
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1892
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6398
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
men T^/jj ^/q. Tegen hoeveel is de meter inge-
kocht?
8. Ilondom eene schijf, die een middellijn heeft van
10,5 cM., is een rand, die half zoo breed is als de
straal van de sch^'f. Hoe groot is die rand?
9. Hoeveel is;
(6204 -f 3578 + 685 + 1311) — (234 + 6655
X 1^3 ■
(De getallen staan in het negentallig stelsel.)
10. Als men 1 jaar rekent op 365 dagen, 5 uren, 48
min. en 48 seconden, hoeveel schrikkeljaren zijn
er dan noodig in 400 jaren?
11. Van eene partij koopwaren verkoopt A de helft a
/■ 2 en de rest a f 1,20. De winst op 1 KGr. van
de eerste helft is nu gelijk aan het verlies van 3
KG. op de tweede. Hoeveel % wint A?
12. Een koopman verkoopt eene partij kaas met 10 %
winst. Hij zou ƒ 5,25 verloren hebben, als hij
voor 1 KG 21/2 cent minder ontvangen had. De
verkoop bedraagt f 148,50. Hoe zwaar woog
de partij?
13. Een cirkel, een rechthoek en een vierkant hebben
gelijke omtrekken. De middellijn van den cirkel
is 10,5 dM, wat ook de lengte van den rechthoek
is. Hoe groot is elk?
14. Een handelaar koopt 500 KG tabak a f 1.20. Hij