Boekgegevens
Titel: Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Man, C.J. de
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1892
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6398
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
lang 1,24 M., breed 65 cM. en hoog 59 cM. Het
hout is 2 cM. dik. Hoeveel is de inhoud der
kist en hoeveel dM.^ hout is er aan gebruikt?
11. Als de thermometer van Pharenheit 77° wijst, wat
wijzen dan die van Celsius en die van Kéaumur?
12. Welk getal moet gij van 20,5 aftrekken, maar bij
15,5 optellen, opdat de som het dubbele verschil zij?
13. Met welk getal moet gij 50 en ook 60 verminderen,
opdat de eerste rest 1/3 van de andere zij?
14. Hoeveel is do som van al de getallen die gij maken
kunt met de cijfers 3, 4, 5 en 6 ?
15. Iemand koopt 5 dozijn handdoeken en een ander 7
dozijn, die per stuk 2 centen duurder zijn. Zoo
zij aamen / 30,48 betalen, hoeveel betaalt dan de
eerste minder dan de tweede?
16. Een balk is lang 5 M., breed en dik 2 dM. De
balk ligt voor onder water. Men vraagt de
oppervlakte van het deel, dat boven het water
uitsteekt.
17. Jan en Piet geven ieder de helft van hun geld uit.
Jan geeft een kwartje meer uit dan Piet. Als
Piet 1maal zooveel als nu had uitgegeven, dan
zou dat evenveel zijn als wat Jan had uitgegeven.
Hoeveel bezat ieder eerst?
18. Aan een vat zijn drie kranen, twee aan den bodem,
die per seconde een dL doorlaten, en één op de