Boekgegevens
Titel: Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Man, C.J. de
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1892
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6398
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
maanden later nog f 500, hoelang mag men dan
de overige f 500 nog houden?
17. Iemand moet f 1000 betalen over 8 mnd. Na 4
mnd. betaalde hij reeds zooveel, dat hij de rest
nog 20 maanden mocht houden. Hoeveel betaalde
hij eerst?
18. De som der cijfers van een getal beneden 100 is
13. Verwisselt men de cijfers, dan wordt het ge-
tal 45 meer. Welk getal is het?
19. Er is een getal van drie cijfers. De som der cijfers
is 11; het cijfer der tientallen is 2. Verwis-
selt men het cijfer der eenheden met dat der
honderdtallen, dan krijgt men 297 meer. Welk
is dat getal?
20. Hoeveel is de som der getallen 1+3+5+11
+ 13 + 15 + 21 + 23 + 25 + enz. tot 301
+ 303 + 305?
21. Iemand speelt en wint de eerste maal f 10. Nu
verliest hij 1/5 van wat hij heeft en later nog 1/4
van de rest. Met hoeveel begon hij als zijn ver-
lies f 2 bedraagt?
22. Een koopman leent van een heer f 8000 a 4 ®/o
's jaars. Na 8 maanden lost de koopman f 3000
af. Wanneer is de rest afgelost, als de rente in
het geheel f 230 was?
23. Iemand verkoopt het eener partij haver a /" 5