Boekgegevens
Titel: Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Man, C.J. de
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1892
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6398
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
9. Men trekt van een getal 120 af en daarna van de
rest tweemaal 120. De som der beide rosten is
720. Welk getal wordt bedoeld?
10. A heeft f 800 meer dan B. A verliest 10 \ en
B wint 7 %, waarna zij evenveel bezitten. Hoe-
veel had ieder?
11. Hoeveel cM^ lood heeft men noodig om een kubus,
waarvan de ribbe 0,5 dM is, ter dikte van 1 mM.
met lood te bekleeden ?
12. Iemand koopt drie lappen laken samen lang 868,8
M, tegen f 5, / en ƒ 6 den M. en betaalt
voor ieder stuk evenveel geld. Hoe lang is elk
stuk ?
13. A, B en C spelen. Hij, die verliest, zal aan de
anderen zooveel betalen, als ieder reeds heeft. Zoo
eerst A, dan B en dan C verliest, en zij bij het
einde ieder f 32 hebben, met hoeveel is dan elk
begonnen ?
14. Hoeveel is:
sv-X -I^X^'XT^X'i xf X4^P
15. Iemand moet f 1000 betalen over 8 mnd. Zoo
hij de helft reeds over 4 mnd betaalt, hoelang
mag hij dan de rest nog houden ?
16. Als men 1500 gld moet betalen over 12 mnd, en
men betaalt over 4 maanden reeds f 500, en 4