Boekgegevens
Titel: Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Man, C.J. de
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1892
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6398
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
§ 6-
1. Het getal 920 moet in drie deelen verdeeld worden.
Als men het eerste deel door 5, hot tweede door
6 en het derde door 7 deelt, klimmen de quo-
tiënten met één op. Welke zijn die deelen?
2. Van zekere koopwaar verkoopt iemand 50 KG. met
8 o/o winst en 80 KG. met 10 % verlies. De
tweede maal ontvangt hij f 9,90 meer, dan de
eerste. Hoeveel was de inkoop per KG?
3. A, B en C handelen. A legt f 500 meer in dan
C. B en C geven samen f 5300. Van de winst,
groot / 3731/2, krijgt C II21/2 gW- Hoeveel heeft
A ingelegd?
4. In een bakje lang 0,2 M breed 15 cM en diep 1,2
dM dompelt men een steenen kubus, groot 2 d]\P,
waardoor er 1,2 L water uit het bakje loopt.
Hoe hoog stond het water eerst in het bakje?
5. Een horloge, dat per etmaal zes minuten voorloopt,
wordt 's morgens te 7 uur gelijk gezet. Hoe
laat ia het, als het horloge 12 uur wijst?
6. Hoeveel is:
(131/3 + 14,81/3) - 51/3 X n - 3,875)?
7. De som van twee getallen is 324. Het vijfvoud
van het kleinste is drie meer dan de helft van
het grootste. Welke getallen zijn dat?
8. Iemand koopt 100 HL haver a /" 5 en verkoopt ze
tegen f 5,60 den HL. Zoo hij nu 10 % wint,
hoeveel HL. heeft hij dan ingemeten.