Boekgegevens
Titel: Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Man, C.J. de
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1892
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6398
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
16. Een korenzolder is 9 M. lang en 4,8 M. breed.
Hoeveel HL. koren ligt er op, als het 0,5 M.
hoog ligt en er langs de lengtekanten een pad van
1,5 en langs de breedtekanten een pad van 3 M.
breedte loopt?
17. De omtrek der aarde wordt berekend op 40 Millioen
M. Zoo de maan 60 aardstralen van ons ver-
wijderd is, hoeveel KM. is dan de maan van ons ?
18. Een jongen moest een getal deelen door 15. Hij
deelt eerst door 5 en het quotiënt door 10. Zoo
nu zijn antwoord met het ware 105 verschilt,
vraagt men naar het deeltal?
19. Als gij het mijner jaren met 12 vermenigvuldigt
en het product met 87 vermindert, dan vindt ge
mijn ouderdom. Hoe oud ben ik?
20. A. is schuldig / 2770, te betalen over 10 maanden.
Als een ander dezen wissel over 2 maanden koopt
met 5% rabat 'sjaars, hoeveel betaalt deze er
dan voor?
21. A. kan zeker werk afmaken in 25, B. in 20 en C.
in 30 dagen. Zij werken er samen 5 dagen aan.
In hoeveel tijd voltooit nu A. de rest en hoeveel
komt ieder toe van de aannemingssom, groot ƒ 240 ?
22. Hoeveel jaren achtereen moet men ƒ 26500 uitzetten
a 5" O 's jaars om aan K. en I. ƒ 30677,0625
terug te ontvangen?