Boekgegevens
Titel: Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Man, C.J. de
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1892
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6398
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
geweest zijn. Zoo de prijzen per meter zich ver-
houden als 15 : 8, hoeveel kostte dan een M. linnen?
2. A en B hebben samen ƒ 11000. Als A het
van zijn geld en B '/j van het zijne verliest, hou-
den zij evenveel over. Hoeveel heeft ieder?
3. Een rentenier hoeft ƒ 16000 uitstaan, gedeeltelijk
a 3^ gedeeltelijk a 4 ®/o. Kon hij zijn ge-
heele kapitaal a 4^ % uitzetten, dan zou hij
ƒ 100 meer aan interest ontvangen. Hoe groot
is het kapitaal, dat a 4 % uitstond ?
4. Iemand heeft guldens en rijksdaalders, samen 100
stuks. Als hij ',, der guldens en het der rijksd,
uitgeeft, houdt hij nog 70 stuks over. Hoeveel
rijksd. bezit hij?
5. Als men den teller eener breuk met 14 vermindert,
dan wordt de waarde 3 maal zoo klein. Ver-
menigvuldigt men den teller met 5, dan is het
verschil tusschen teller en noemer 7. Welke
breuken kunnen het zijn?
6. Vijf personen moeten ƒ 120000 deelen. A krijgt
'/j van wat B, C, D, en E, B i/., van wat C, D
en E, C 2/7 van wat D en E krijgen en D krijgt
2/3 van wat E. krijgt. Hoeveel ontvangt ieder?
7. Welk getal laat bij deeling door 6, 7 en 8, res-
pectievelijk 3, 4 en 5 tot rest.
8. Welk getal laat bij deeling door 8, 6 en bij deeling
door 10, 9 tot rest?