Boekgegevens
Titel: Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Man, C.J. de
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1892
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6398
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenen en cijferen: rekenvoorstellen voor normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
23. Iemand moest een getal door 70 deelen. Hij deelde
door 10 en kreeg tot rest 7. Zijn quotient deelde
hij door 7 ; de rest was 1. "Wat was de ware rest?
24. Een jongen moest 14580 deelen door een getal van
twee cijfers. Hij nam de cijfers van den deeler
in omgekeerde volgorde en bekwam toen 41/2 maal
het ware quotient.
De som van het ware en van het foutieve quo-
tient is 990. Wat was de deeler?
25. Een vader is 48 jaar en zijn zoon 20. Hoe oud
was de vader, toen hij 3-maal zoo oud was als
zijn zoon?
§ 3.
1. Zoek het kleinste negenvoud, dat bij deeling door
7, 4 tot rest geeft. Welk is het 10" getal, dat
hieraan voldoet?
2. De noemer eener breuk is 15. Als gij den teller
met 14 vermeerdert, wordt de waarde 3 maal zoo
groot. Welke is die breuk?
3. Een koopman kocht een stuk laken tegen ƒ 10
den M. Hij verkoopt de helft a / 12, het Ve
è ƒ 10, het tegen ƒ 13,50 en de rest tegen
ƒ 15 den M. Hoeveel % wint hij?