Boekgegevens
Titel: Natuurkundige mengelingen: een leesboek voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Sluijters, Hendrik
Uitgave: Bergen op Zoom: J.C. Verkouteren, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 679 F 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200051
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkundige mengelingen: een leesboek voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 91- )
17.
SPc Suifccr»
Dy de oude volken was de suiker geheel
07ibekcnd, daar men zich alleen van den
honig bediende. Eerst in het midden der
zevende eeuw vindt men van eenen rietho-
nig melding gemaakt, waaruit eenigen beslui-
ten , dat in dien tyd de eigenschappen van het
suikerriet ontdekt zyn geioorden, In de tioaalj-
de eeuw begon men het suikerriet in Sicilië te
verbouwen , werwaarts hot uit Egypte gehragt
was, als zynde reeds vroeger uit Azië, deszelfs
oorspronkelyk vaderland, derwaarts overgej.lant.
Thans is het in alle werelddeden, byzonder
in de Oost- en Wcsllndicn, in Bi-azilië , op de
kusten van Guinea en Congo, op de Kanarisclie
eilanden, en voor een gedeelte ook in het zui-
dehjk Europa bekend.
De halm van het suikerriet is knobbelig of
met leden, en heeft eenen zeer teederen, weeken
bast, zoodat men denzelten, zelfs ryp zynde,
nog met den nagel kan indrukken. Onder de-
zen bast bevindt zich een wit sponsachtig , met
een zoet vocht opgevuld merg. De rietachtige,
snydende bladen zitten aanvankelyk enkel aan
de knoopen of leden; vervolgens vallen deze af,
en boven aan den top van den halm ontstaat
een geheel bosch van bladen, uit welker mid-
den zich eindelyk een witgraauwe, glanzige
hlotmiros vtrluft. Na den blotityd wordt dt