Boekgegevens
Titel: Natuurkundige mengelingen: een leesboek voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Sluijters, Hendrik
Uitgave: Bergen op Zoom: J.C. Verkouteren, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 679 F 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200051
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkundige mengelingen: een leesboek voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 78, )
Alle toonen schikt en dezelve verfraait^
Ecïtter behoort men zorg te dragen^
vooral ais hij nog Jong is , dat hij maai'
eene soort van zang hoore , anders wordt
zijn eigen zang een grillig , Ver«Vard en
d:is kwalijk zamensteinsuejid mengsel va»
allerlei kiasikeii door elkander. Ue
leeuwrik neemt niet aüeea den zangtoon
van andere vogelen over, maar hij is
zelf» bekwaam tot het navolgen en over-
nemen van al de sieraden en bekoorliik-
heden onzer kunstigste muzijk. Men
heeft Jonge maiine'tjes gezien, die, iu
korten tijd geheclc airtjes leerden en be-
ter uitvoerden dan eene vinkof een ka-
narievogel zou kunnen doen.
in den staat der vr^heid begint de
leeuwrfk met de eerste schoone dagen
van het voorjaar te zingen, en hij houdt
daarmede den geheelen zomer aan;
8' morgens en s' avonds zingt hij het
meest; op den middag het minst, schoon
hij ook dan niet geheel zwijgt. Hij be-
hoort tot het klein getal van vogelen, dat
vliegende zingt. Hoe hooger hy stijgt«
hoe sterker hij zyne stem verheft, dik-
wijls zoo sterk, dat men den zang onder-
scheiden hoort, hoewel de kleine zanger
zelfs zoo hoog is, dat men hem naauwc-
lyks zien kan. Zelden zingt de leeuwrik
op den grond gezetea. Terwijl hij al
zingende naar boven stijgt, beschrijft hij
grootere of kleinere kringen, wanneer