Boekgegevens
Titel: Spelende arbeid
Auteur: Bertha
Uitgave: Leyden: P.J. Trap, ca. 1880 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. FOL 775
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200047
Onderwerp: Recreatie, vrijetijdsbesteding: handenarbeid
Trefwoord: Handvaardigheid, Klei, Papier, Tekenen, Leermiddelen (vorm), Plaatwerken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Spelende arbeid
Vorige scan Volgende scanScanned page
— G —
den eenen dag op den anderen steeds goed en bruikbaar te houden,
behoeft men er slechts een natten doek om te slaan en ze zoo op
de eene of andere koele plaats, b. v. in den kelder, te bewaren.
Hebt ge alzoo de noodige klei voor ons ,,boetseren" klaar
gekregen, dan kunnen we met dat werkje zelf beginnen.
Eerst moeten we nu echter een middeltje bedenken, om de
tafel, waarop we ons werkje verrigten, niet met klei te bemorsen.
Daarvoor zal w^el het best zijn, dat we ons een niet te klein en
goed glad geschaafd plankje aanschaffen, w^aarop we onze klei
kunnen bewerken. —
Is dat ook in orde, dan gaan we voor goed aan den gang!
We nemen van onze taaije, kneedbare klei een klompje af,
en nu zullen we eens zien, wat we van zoo'n klompje klei al
maken kunnen!
Om te beginnen, zullen we het klompje klei eventjes tus-
schen onze beide handen rollen; — geeft de klei een weinig af,
dat komt er niet op aan: we kunnen immers, als we straks met
het werkje uitscheiden, en alles ordelijk geborgen hebben, weêr
onze handen frisch schoonwasschen! —
Maar laat ons eens zien, wat er, door het zoo eventjes
tusschen onze handen te rollen, van ons klompje klei geworden
is: het moet er nu zoo wat uitzien als een noot, niet waar? —
Nu zouden we die van klei gevormde noot kunnen laten
droogen en hard worden, als wij ze wilden bewaren. Maar daar
zouden we niet veel aan hebben: dit werkstukje en nog eenige
volgende moeten immers alleen dienen om ons in het behandelen
der klei voor ons boetseren te oefenen; — wanneer we ons daar
maar eerst goed in geoefend hebben (en dat kunnen we spoedig
genoeg, als we er ons maar goed op toeleggen), dan kunnen we
werkstukjes genoeg maken, die de moeite waard zullen zijn om