Boekgegevens
Titel: Spelende arbeid
Auteur: Bertha
Uitgave: Leyden: P.J. Trap, ca. 1880 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. FOL 775
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200047
Onderwerp: Recreatie, vrijetijdsbesteding: handenarbeid
Trefwoord: Handvaardigheid, Klei, Papier, Tekenen, Leermiddelen (vorm), Plaatwerken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Spelende arbeid
Vorige scan Volgende scanScanned page
Welnu, juist dät willen we immers doen! — Maar nu blijft
nog de vraag: welke stof zullen we daarvoor kiezen? — We
dienen eene stof te hebben, die zich wèl ook zoo goed laat kneden,
als sneeuw, maar toch niet zoo maar kan wegsmelten.
Zulke stoffen zijn er wel te vinden, — om maar iets te
noemen: was of klei.
Was, namelijk goede, zuivere was (niet dat mengsel van
verschillende stoffen, waarvan gewoonlijk de zoogenaamde was-
kaarsen worden gemaakt, doch dat zich niet goed laat kneden),
is zeker zeer wel geschikt; — als we echter wat veel en groote
werkstukken maken (en dat zullen we zeker wel willen), dan zou
er nog al veel was meê heengaan, en dat kon ons misschien wel
wat duur te staan komen.
Daarom- zou ik u voor ons ,,boetseren" liever klei of
pottebakkersaarde willen aanraden. Kunnen we nu deze stof
kant en klaar van den pottebakker krijgen, zoo veel te beter. Zoo
niet, dan dienen wij ze maar zelf klaar te maken. Hoe dit in zijn
werk gaat, wil ik u gaarne opgeven, en, mögt ge dan zelfdaarmeê
niet te best kunnen teregtkomen, dan zal zeker wel deze of gene
uwer bloedverwanten of vrienden, als ge 't hem vriendelijk verzoekt,
dit voor u willen doen.
Zie, zóó gaat men te werk, om de klei voor ons „boetseren"
in gereedheid te brengen:
Men begint met de groenachtige, min of meer vette klei,
zoo als ze van de aarde komt, in de lucht te laten droogen, en
snijdt ze dan met een mes in zeer dunne schijfjes, waardoor men
gemakkelijk de kleine steentjes, die er nog al veel in voorkomen
en die ons bij ons werkje zeer zouden hinderen, er uit kan halen.
Vervolgens mengt men de drooge klei met een weinig water aan,
en laat ze zoo lang staan tot het water er geheel is ingedrongen,
waarna men ze met een houten stamper eenige keeren ferm door-
eenklutst, tot ze taai genoeg is geworden. Om dan de klei van