Boekgegevens
Titel: Spelende arbeid
Auteur: Bertha
Uitgave: Leyden: P.J. Trap, ca. 1880 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. FOL 775
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200047
Onderwerp: Recreatie, vrijetijdsbesteding: handenarbeid
Trefwoord: Handvaardigheid, Klei, Papier, Tekenen, Leermiddelen (vorm), Plaatwerken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Spelende arbeid
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 9 -
krom te buigen. Bij deze oefening behooren we vooral ons best
te doen om onze staafjes net zoo gelijkmatig te buigen, als de
figuren aantoonen. Dat zal ons misschien in den beginne niet
heel best van de hand gaan, maar al doende zullen we ook
daarmee wel teregtkomen, en dan zeker zullen we al een heelen
stap vooruit hebben gedaan! —
Nu hebben we op dezen vijfden regel eerst een figuu^, een
halfrond, wel wat naar een C gelijkende, — vervolgens twee zulke
halfronden tegen elkaêr, — en eindelijk die twee halfronden tot
een móoijen langwerpigen ring of cirkel in elkaêr gekneed. — Dat
in elkaêr kneden zal u vast wel bevallen! —
Maar zie nu eens dat eerste figuur op den zesden of ondersten
regel: dat zijn immers twee zulke ringen, in elkaêr gewerkt! —
Dat's een aardig werkje! — Maar hoe dat aangevangen? — Wel,
heel eenvoudig: als we één ring klaar hebben, kneden we den
tweeden nog niet toe, vóórdat we hem door den eersten hebben
heên gehaald. Dan eerst kneden we hem toe, en dan blijven ook
de twee ringen vast in elkaêr zitten,—altoos als eerst de klei gedroogd
is. En zóó zouden we zelfs nog veel meer van die ringen, telkens stuk
voor stuk, aan elkaêr kunnen kneden, zoodat er ten laatste een heele
ketting van kwam. Dat moogt ge vrij proberen; — maar voor-
zigtig, dat de ringen goed sluiten en niet kunnen loslaten, — ook
zoo veel mogelijk oppassen, dat alle ringen even groot zijn! —
Met het tweede figuur op denzelfden zesden regel gaat 't op
dezelfde manier; dat zult ge ook zelf wel gemerkt hebbeQ; —alleen
is het verschil, dat deze ringen niet langwerpig of ovaal, maar
zuiver cirkelvormig zijn. — Het laatste figuur van deze Plaat
eindelijk is eene verbinding van regte en gebogen lijnen, — en
van zulke figuren zijn er alweêr nog een heele menigte uitte vinden.
En nu aan PI. II begonnen! Zeker, bij de zes eersteiiguren,