Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 8; )
vermeerderde en himien tan eenen kevigen
storm en eene verschrikkelijke sneenwjagt vergezeld
ging. Aan de terugreis was niet te denken ^ de nacht
naderde en Johan was genoodzaakt in eene herberg
te overnachten, ten einde, bij hedaring van het we-
der , den volgenden dag weder huiswaarts ie keeren,
Deti volgenden morgen, toen hij opstond, was het
weder bedaard, de lucht helder, de wind oost, hoewel
verbazend koud; doch de sneeuw lag op sommige
plaatsen meer dan eene manshoogte^ bij geheele duinen
op hot land en ijs, zoodat er aan het schaatsenrijden
niet te denken vieL Hij had een daalder in de her^
berg verteerd, betaalde den herbergier, en nam, met
de schaatsen op den rug, de terugreis te voet aan.
Op sommige plaatsen tot aan de knieën, op andere
tot aan het middeii zijns llgchaams door de sneeuw
wadende, had hij, geheel vermoeid, met bevrozene
voeten, handen en ooren, de helft des wegs afgelegd,
toen hem de avond overviel, en Johan was genood'
zaakt, om iceder te overnachten, Be herbergier was
een verstandig man en wilde hem niet bij het vuur
hebben, alvorens hij zijne bevrozene ledematen zoo
lang met sneeuw gewreten had, tot dat cr zich weder
teekenen van leven in opetibaarden, dezelve begonnen
Ie gloeijen en hun volkomen gevoel weder terug beko-
vien hadden. JSii moest hij ivat eten en drinken en
zich dadelijk ter bed begeven, 2)es anderen daags
stond Johnn rerkicikt weder op, ofschoon hem de dee-
len, welke bevrosen geweest waren, nog ccnigzins
pijnlijk waren. j>Dank God zeide de herbergier,
9 dat gij hier gekomen zijt; waart gij terstond hij het