Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 8i )
teren en gaf hem nog eene harde kastijding met de
roede bovendien.
Des anderen daags was het Zondag, en Gerlof'iowóq
anders met zijne ouders eene aangename wandeling naar
een goed vriend gedaan hebben; maar omdat zijne k!ec-
ding geheel bemorst en verscheurd en de klep zelfs van
zijne pee gescheurd was, zoo gingen de ouders mee
hun beiden heen en Getiof moest te huis blijven.
Mijdt slecht gezelschap toch, want waarlijk! 'tkan niet missen;
)>//z zulie waterent daar vangt men zulke visschtn."'
XLV.
Zoo a^ ait

ztm dc monnide
T

Boer lïildebrand was door zijne ouders in weelde en
luiheid opgevoed^ en toen hij groot werd^ had hij weinig
anders geleerd^ dan vloeken^ zweren^ zwetsen, zwieren ^
geld verspillen , eten, drinken en slapen. Zijne ouders
lieten hem echter een groot kapitaal na, zoodat hij
zich door eigene middelen eene groote boerderij aanschafte.
Daar Hildebrand aan eene luije, verkwistende en slechte
levenswijze gewoon was, en hij op zijne bezittingen steunde^
zoo ging dit nog niet veel beter, dan toen hij zich in
het onderlijk huis bevond. Des nademiddags ging hij
naar het dorp, deed daar niets, dan zwetsen , drinken,
vloeken , weddenschappen aangaan, geld verspillen , en
anderen, op zijne wijze, wat voor hec lapje te hebben.
Dan kwam hij des avonds veeltijds half of geheel berooid
en in eene knorrige gemoedsstemming te huis en dan
twistte hij gemeenlijk nog eene wijle met de vrouw, de
andere huisgenooten- of de kinderen. Des morgens sliep
hij gemeenlijk tot aan tien ure, kleedde zieks dronk een
kopje koffij^ at eenen boterham en zag niet uit naar zijn
werkvolk of deszelfs arbeid, deed zijn middagmaal en
daarop eenen middagslaap tot aan vier uren, waarra
hij zich aankleedde en weder naar het dorp ging, Zuo-
6