Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 77 )
vtaatschappij gaat, dat ieder het liefst over zijne eigene
beroepsbezigheden en hetgene daar hij mede bekend is
spreekt, zoo werd hier dan ook het meest over de zee-
vaart geredeneerd. Allen wisten zij het^ haarklein te
ontwikkelen en de een scheen den anderen in hinde en
bedrevenheid in het vak der zeevaart te overtrefen.
De een wist, v., welke banken en klippen men te
vermijden had ^ om een schip veilig over de Eems te
sturen ; een ander was juist met de lengte en breedte
op de Middellaiidsche zee bekend^ waar zich gevaarlijke
plaatsen en ondiepten onthielden ; een derde wist zeer
goed een schip op Sint Helena te brengen , zonder klippen
en banken te treffen; een vierde wist de naauwe en
gevaarlijke passagie tusschen de koraalbanken, die zich
aan Nieiiw-Holland bevinden^ te rakeneen vijfden was
het geene kunst, om een schip veilig op de Kaap de
Goede [-loop te leveren; een zesde was met de wateren y
die naar Japan leiden, even goed bekend^ als menigeen
met eénen openbaren landweg, enz^
Eindelijk stond er een oud stuurman, die tot dusver
het geheele gesprek zwijgend aangehoord had ^ op en
zeide : „ Kameraden t weet gij hoe ik over de zaak denk ?
De beste stuurlieden staan aan wal! IVant ten eerste
is het niet mogelijk, om met behulp van alle reisbe-
schrijvingen , werken over de zeevaartkunde , zeekaarten,
enz, alles te weten , wat er in de onmetelijke wateren
aanwezig is, of waar men zich juist bevindt; ten tweede
wordt men dikwijls door wind^ stroom^ misrekening enz»
heen gewaaid^ waar men niet zijn wil^ of niet wezen
vioet; ten derde doet de vrees en de angst, waarin men
^ verkeert ^ menig best stuunnan de tegenwoordigheid van
geest verliezen, waardoor hij buiten staat geraakt, om
spoedig genoeg de regte maatregelen te nemen; ten vierde
kan een stuurman alles niet zelf doen^ maar moet het meeste
aan zijne onderhoorigen toevertrouwen , en hoe ligt kan dan
een enkel verwijl of misverstand van eenen matroos een
schip doen te gronde gaan en nog honderd andere hinder*
palen zoude ik kunnen aanvoeren , waarin men op zee
door onvoorziene omstandigheden gebragt kan worden»
die men aan wal zelfs niet droomen zoude. Ik heb reeds