Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 76 )
omdat de knechten en andere boeren hem uitlachten,
als hij meende zich deftig uit te sloven! llij liet dan
al schielijk het werk aan zijne dienstboden over, die
van de onkunde huns meesters een schandelijk misbruik
maakten, en Fram ging met zijne vrouw aan hec
rijden bij den weg. Dit geviel hem in het eerst bij
uitstek; doch schielijk geraakte zijne beurs ledig en hij
had niet genoegzaam geleerd , om dezelve weder te vullen.
Van de koeijen maakte hij zeer weinig; want zijne vrouw
had het karnwerk, kaasmaken, euz. niet geleerd, ende
meiden droegen geene zorg voor haar. Van zijn bouw-
land maakte hij ook weinig; want het land werd niec
behoorlijk bearbeid en de vruchten slecht behandeld.
In het kort: met twee jaren was Fram genoodzaakt
zijne boerderij te verkoopen, en toen hij zijne schuld-
eischers geheel voldaan had, was zijne bezitting tot
nul gedaald. Nu beklaagde zich Fram bij eenen ouden,
ervaren boer, en weet de schuld aan de slechte tijden.
„Neen," zeide de oude: „de tijden zijn nog zoo
slecht niet, als de menschen maar goed zijn; maar, die
niet kan ^ wat hij wil ^ moet willen^ wat hij kan. Toen
gij met de els en den pekdraad werktet, toen waren de
tijden immers goed. Keer tot uw ambacht weder, en
gij zult uw brood hebben, ofschoon gij al uw leven
voor uwe dwaasheid zult moeten boeten."
Frans volgde dezen raad, huurde een huisje en werd
weder een gering schoenmaker, door welk bedrijf hij,
tot aan zijnen dood , nu echter een sober bestaan won.
Onthoud uw leven lang de spreuk van d^ouden man :
:oDie niet kan wat hij wil , moet willen wat hij kan/'
XLII.
DE BESTE STUURLIEDEIV STAAN AAN WAL.
Leonard was eens met zijnen zoon in een gezelschap
van scheepskapiteins^ stuurlieden en matrozen^ En^ gelijk
als het natuurlijk en ook te regt in alle standen der