Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 75 )
XLI.
DIE NIET KAN, WAT HIJ jriL, MOET TFIL--
LEN, ÏFAT nu KAN
Frans was een schoenmaker, die zijn ambacht uitne-
mend wel verstond, veel werk en aftrek had en binnen
weinige jaren, in zijnen stand, een tamelijk vermogend
man werd. Dan, het spreekwoord zegt: „het moeten
sterke beenen zijn, die de weelde zullen dragen." Zoo
ging het ook met Frans \ hij kon zijne welvaart niet
verdragen, zijn ligchaam scheen niet meer tot zitten
geschikt te zijn, hij werd onrustig en wilde volstrekt
boer worden. Wel werd hem dit van velen afgeraden,
die hem toevoegden: „Uw handwerk verstaat gij, het
gaat u bijzonder gezegend in uwen stand ; den boeren-
arbeid kent gij niet, dien moet gij nog leeren, en oude
honden leeren het blaffen zoo moeijelijk. Waarom
zoudt dus gij van stand verwisselen?" Maar alle tegen-
werpingen en goede raadgevingen vonden hier geenen
ingang en het was slechts „aan een doofmans oor ge-
predikt."
„Ik heb lang genoeg op het driestel gezeten, en ik
verlang nu eens, om op den wagen achter een span
fraaije harddravers te zitten," voerde hij hun dan te
gemoet, even alsof het rijden en rossen langs den weg
het voornaamste, zoo niet eenige bedrijf van den land-
man uitmaakte. Hij kreeg dan' ook zijnen zin, kocht
eene plaats, verkocht zijne schoenmakerii, met alles
wat er bij behoorde , en nu werd onze Frans dan van
eenen geleerden schoenmaker een ongeleerde boer.
Nu zou hij dan ook aan het werken ; maar de ploeg
was geen ledermes de vlegel g^tw hamer, de"vö/-^ geene
els en de leide geen pekdraad. Al deze gereedschappen
vorderden eene geheel andere behandeling, dan die,
waarmede hij geleerd had om te gaan. Daarbij vorderde
het land eene andere behandeling, dan de huiden, en de
gewassen , dan het leder,
ilij was dau den arbeid ook al schielijk moede, vooral,