Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 72 )
oneenigheid in de maatschapp^ te blusschen, wendde hij alle
heimelgke middelen aan, om het twistvuur aan te blazen en
de oneenigheid tusschen dc burgers te bevorderen , opdat hij
in troebel water visschen en daardoor z^'ne zakken vullen
konde, IVas er een geschil ontstaan, dan bediende hij dien^
gene, aan wien hij het meest dacht te kunnen verdienen, en
maakte alzoo regt dat krom en krom dat regt was, In stede
dat hg de onschuld verdedigde, verdedigde hij, indien het
met zgn eigen belang strookte, het onregt, en in plaats , dat
hij zorgde, dat den burgers regt wedervoer^ maakte hij dik-
wgls het kromme regt. Zoo verstrekte hij dan, in plaats
van tot iegen , tot eene pest der zamenleving. De regent
van dat land had menigmalen van den schranderen en door^
slepenen schurk gehoord, maar kon dit naauwelijks geloo"
ven , voor dat h^ zich door eigene ervaring van de waarheid
had overtuigd, Hj liet den deugniet bij zich komen , en
zeide: nMgn heerl ik heb veel van uwe schranderheid
gehoord en dat g^' meesterlgk de kunst verstaat , om het
kromme regt en het regte krom te maken. Nu ben ik aan
mijnen bakker de som van zeshonderd gulden aan broodgeld
schuldig; doch ik wilde hem liefst geene cent betalen : z,oudt
gij nu ook raad voor mij weten , om de betaling te ontdui-^
ken?** - »0, gemakkelijk ,** antwoordde de Advocaat, y) en
niet alleen , dat Zijne Hoogheid geene cent behoeft te be^
talen, maar ik zal de zaak zelfs eenige jaren rekken , op-
dat de bakker nog hooge kosten bovendien krijge , en ik er
zelf ook een mooi sommetje, ten zijnen koste, aan verdiene.**
De brave regent, die nu van de schreeuwende goddeloos^
heid en onregtvaardigheid des mans volkomen overtuigd
was , liet hem dadelijk in hechtenis nemen ophangen ! Bn
boven zijn hoofd liet hij de volgende woorden, tot afschri'K
van alle onregtvaardige Advocaten , plaatsen :
Dit zij het loon van hem, die om het geld, dat stooi is.
Het heilig regt verdraait eu regt maakl, schoon het Irom is.