Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 66 )
voldaan ? " — ^ Heerlijk, sermant, — dat wfls nog eefl
preek, zoo als het behoort," zeide Qovert^ en verkocht
aan de vrouw van Jmtus een pond kofHjboonen. Onze
Covert kwam daarop bij Karei^ welke tot hem zeide:
„De verklaring van den tekst had ik wel wat duidelijker
van dominé gewenscht; doch de toepassing was harte-
lijk, doeltreffend en zeer gepast." — „juist zoo, ik
heb er al meer zoo over hooren redenerenzeide Go-
vert ^ en verkocht hier een half pond suiker.
Eindelijk kwam hij bij vrouw Ursula^ die hem te
kennen gaf, „da: de verklaring der woorden in de
predikatie zuiver en verstaanbaar was geweest; doch
dac de toepassing te flaauw, niec al te zuiver was ge-
weest , en niec genoeg op de harten had gewerkt."
„Zoo is het mij ook voorgekomen," zeide Covert^ en
verkocht aan Ursula een pond kandij.
Des anderen daags was het harddraverij op die plaats,
en Joosts Justus^ Karei en Covert bevonden zich daar
alle. Hier werd nu meer gedronken dan gegeten, en
eindelijk geraakten de drie eerstgenoemden in hevige
twisc over de predikatie. Nu werd Covert van allen
toe scheidsregcer geroepen ; doch deze bevond zich nu
in de grootsce ongelegenheid. Gaarne had hij nu allen
gelijk geven; doch die kon hier niec; want maakte hij
den eenen tot vriend , dan kreeg hij den ander tot vij-
and. Hij liec zich toch nu en dan een woord ontvallen,
tot zoolang, dac hij hen alle drie tot vijanden'kreeg.
Nu vielen zij allen op hem aan, sloegen, stootten ,
schopten en scholden , tot dat Covert met een bebloed
hoofd en een tienvoudig gekneusd ligchaam gelukkig
de deur uit en te huis kwam. Ilij klaagde hen des au-
deren daags bij den burgemeester aan. Deze verhoorde-
zijne beleedigers en de uitspraak was, dat ieder hunner
voor de mishandeling, ^nn Covert gepleegd, tien gulden
boete moest betalen. Nu wendde de burgemeester
zich tot Covert^ en zeide: „Gij zoudt, als eerste oor-'
zaak dezer kloppartij, voor uwe beginselloosheid cn
valschheid dubbel boete schuldig zijn ; doch voor deze
keer willen wij rekenen, dac gij behoorlijk beboet zijt
en eene welverdiende straf mede hebt ontvangen. Laat
dat voorval u wijzer maken, en verzaak r.iir.mcr v/edcr