Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 62 )
behoefte, Geld bezat Christiaan niet^ om eenen plaats^
vervanger te koopen, en zoude hij zijnen zoon tegen
deszelfs zin laten dienen, dan moest hij dadelijk eenen
knecht voor hem in de plaats stellen. Toen hij zich
nog in gegoede omstandigheden bevond ^ had hij
zich echter verscheidene en j zoo hij meende, goedo
en ware vrienden verworven. Tot deze meende hij
zich dan het eerst te moeten vervoegen, ten einde
bij een hunner een voorschot van bOO ä 600 gulden
tegen betaling eener jaar lij ksche interest te bekomen ^
om daarmede de kosten van eenen plaatsvervanger te
dekken en alzoo zijnen voor hem bijna onmisbaren
zoon te behouden. Dan, van »vrienden in den nood
telt men honderd op een lood/' plagt zeker oud man,
die de wereld goed had leeren kennen, te zeggen.
Of, zoo als zeker oud versje zegt:
Als het fortiiiu u dient, zal u geen vriend ontbreken •
■ Doch keert zij u den nek, dau is uw vriend geweken.
Dit ondervond Christiaan thans maar al te zeer.
Zijn vriend A. antwoordde : ^Ja, man! ik heb zelf
kinderen, en zoo veel met mijne eigene zaken te doen,
dat ik u niet redden kan.^^
B, zeide : »Mijne zaken gaan niet voorwaarts, en
dus moet gij bij mij geene hulp vragen."*^
C, gaf ten antwoord : » Gij hadt de tering naar de
nering hehooreii te zetten ; dan hadt gij u zehen ge-
makkelijk hunnen redden,^'
D, sprali : » Uw zoon is er evenmin te goed toe, als
zoo vele anderen."
E, meende : * dat het slechts eene bedriegelijke list
icas, om achter dit kapitaaltje te komen."
Christiaan staakte 7iu verder alle bemoeijingen des-
tcege hij zijne geuoenide vrienden, kwam i7i eene zeer
treurige stemming te huis en verhaalde de ontmoedi-
gende teleurstelling, die hij van zijne vrienden onder-
vonden had, aan zijnen buurman Ambrosius. Deze
was met do omstandigheden van Christiaan zeer goed
bekend, — kende en vertrouwde zijne eerlijkheid cn