Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
(
^ )
nog al zoo iets van het een en ander geleerd, ofsclioon
het niet mag vergeleken worden met hetgeen men thans
op de scholen leert. Gij moet weren, jongeheer! toen
ik jong was, was de wijsheid bij den ouderdom^ en nii
ik oud ben, lijkt het verstand wel bij jeugd te zijn;
zoodat het mij ongeinkkig altijd voorbij schijnt gegaan
te zijn."
Bat was juist wind op den molen van Claudius^ Hij
haalde een boek voor den dag, enzeice: ^Kom, boer!
nu willen wij eens tegen elkander lezen ! Lees mij
dit eens voor!"
Christofel las, schoon naar den ouden stijl , maar
toch goed zuiver : „ De grootvader moet thans van den
kleinzoon leeren , en de ouderdom wordt door de jeugd
heschaafnd gemaakt."'' Terwijl de oude man dit las,
lachte Claudius^ dat hij schudde; maar Christoffel
zich , alsof hij dit niet merkte.
„ Kom zeide de oude man , „ nu is de beurt aan
u, jonge heer! Maar gij moet eensin den bijhei lezen»
Zoek mij eens op: Spreuken Salomo"s^ hcofdstuk 26,,
vers 12." Claudius deed dit, en las daar: y^Hebt gij
eenen man gezien, die wijs in zijne eigene oogen is ?
Fan eenen zot is meer verwachting dan van hem
Nu ware de beurt van lagclien eigenlijk aan Chris-
toffel geweest; hij deed dit echter niet, maar zag den
jongen wijsneus ernstig in het gezigt, die rood van
schaamte was en stilzwijgend de oogen naar beneden
sloeg,
5, Ja, jonge heer!" zeide de oude man koeltjes, y^die
kaatst moet den hal verwachten! — Of met andere
woorden : die een ander bespot of berispt, loopt gevaar
door eenen ander weder zoo behandeld, of met gelijke
munt betaald te worden ! "
De oude Chriüojfel nam daarop zijn huurboekje en
groette den jongen Claudius ,■ doch de verwaande jonge
heer had van den ecnvondigen boer eene nnttige les
gehad, die hem in zijn geheel volgend leven bestendig
bijbleef, en hem behoedzaamheid met ligtzinnige scherts
en verwaande spotternij had geleerd.
^tls veeltijds zeer gf'waagd^ een mensch hencen zich te achten^
Mn hij y die kaatsen ifily moet ook den bal verwachten*