Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
/Ti/Vii/
l.
DIE K.VATST JlJ)Er DEN DAL VERWACHTCiV.
'e oude Chrhtoffd was een boer, eenvoudig in
zijne klceding en in zijn voorkomen; maar mee veel
nntiuirlijlc gezond verstand begaafd» Daarbij had liij
door zijne schranderheid en opmerkzaamheid veel men-
schen- en wereldkennis opgedaan, en door zijnen hoo-
gen ouderdom bezat hij eene rijke ondervinding.
Jaarlijks moest hij landhuur betalen aan zekeren heer
Co^min , die in de stad woonde. Deze heer had eenen
veertienjarigen zoon , Claudius genoemd, welke veel
aanleg en vernuft beznt, geestig en vrolijk van aard
was en nnar zijnen ouderdom veel geleerd had ; doch
die zijne geestigheid wel eens te ver dreef en dezelve
aanwendde, om eenvoudige menschen, vooral landlie-
den , zoo als men zegt, een weinig voor het lapje te
hehhen.
Eens kwam boer Chriitoffel om huur re betalen , op
een tijd dat de heer Qomus niet, maar alleen Claudius
zich te huis bevond. De oude man groette den jon-
gen heer en werd binnen gelaten. Claudius dacht nu ,
dat de gelegenheid gunstig was , om eens aan zijnen
spotlust bot te vieren. „Zoo, boer," zeide hij , „ zijc
gij er al met uw geid?" De oude man, die al schielijk
zag , op welken grond hij geplaatst was, zeide droog
weg: „Neen, jonge heer!"
„Wat hebt gij bier dan voor eene boodschap ?"
vroeg Claudius. — „ Ik kom hier met het geld van
uwen vader zeide ChristoffeL
De oude man telde nu het geid op de tafel; de jonge
heer zag het na , en schreef eene bekentenis van vol-
doening in het huurboekje. De oude man zag het lan-
gen tijd stilzwijgend na en Claudius, denkende, dat
de oude niet; of ten minste slechts zeer gebrekkig lezen
konde, vroeg:,, Hoe is't, boer! kunt gij het wellezen?'*
„Ja," zeide Christofd ^ „ik heb in inijne jengd