Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 45 )
XXIII.
MEN NOEMT GEENE KOE BONT, OF ZIJ
HEEFT EEN VLEKJE.
Jufvrouw Siisanr.a had eene dienstmeid gehuurd, van
wéüte men haar echter naderhand allerlei gebreken, slechte
hoedanigheden en ondeugden van verschillenden aard,
verhaalde ; n. 1. dat zij oneerlijk , uithuizig, traag , ach-
teloos , praatzuchtig en laf was enz.
Toen den man van Susauna dit ter ooren kwam , was
hij van oordeel, om aan de meid den zoogenaamden
handpenning IQ schenken, het gemaakte verbond tusschen
de meid en zijne vrouw aldus te verbreken en eene
andere te huren ; doch Susanna zeide : „ De lasterzucht
is groot in de wereld , en deze knoopt het eene dik-
wijls aan het andere; ik wil het dus eens beproeven,
en gevalt zij mij niet, dan kan ik haar nog altijd laten
gaan. Echter komt het mij niet onwaarschijnlijk voor,
of er zal wel iets aan ontbreken : „ men noemt geene
koe bont, of zij heeft een vlekje,'" — of met andere
woorden : „ indien van iemand een kwaad gerucht verbreid
wordt, dan is er dikwijls iets van waar.""''
De meid kwam dan eindelijk op den bepaalden tijd.
Susanna sloeg haar heimelijk, in alle opzigten, naauw-
keurig gade; maar kon echter al de opgesomde ondeugden
niet in het meisje ontdekken, waaruit zij besloot, dat
het alles misschien laster was, wat men van haar verbreid
had. Eindelijk leerde zij echter tot hare schade, dac
het spreekwoord veelal, en ook hier, doorging, „dac
men geene koe bont noemde, die geen vlekje bezat, en
dat eene al te groote praatzucht aan de meid eigen was;
want terwijl jufvrouw Susanna eens afwezig was, stond
de meid meer dan een halfuur bij een buurmeisje te
praten, zonder de deur gesloten te hebben.
Onderwijl sluipt er een dief in het huis, grijpt een
gouden horologie van den wand en gaat er mede door,
zonder dat de meid hiervan iets bemerkt. Toen de
jufvrouw in huis kwam, werd het horologie vermist,