Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 36 )
De echtgenoote van Reinoud maakte echter de aan-
merking , dat het haar niet onmogelijk toescheen, dat
iemand den aanleg tot zoo vele kunsten en wetenschap-
pen in zich vereenigde; doch Reinoud hernam : „ de
Schepper heeft aan ieder mensch eenen zekeren aanleg
voor deze of gene kunst of wetenschap geschonken;
ook is het zeer natuurlijk, dat zoo iemand mede aanleg
voor andere, daaraan naauw verwaiitschapte, of met
dezelve in verband staande kunsten of wetenschappen
bezit; doch eenen aanleg tot twee of meer volkomen
tegen elkander strijdende zaken te veronderstellen, is
geloof aan het onmogelijke te verleenen. Ik geloof
dus: zoo min als water en olie zich laten vereeni-
gen , zoo min zal men den aanleg voor de wiskunde en
voor de muzijk, en even zoo min den aanleg voor de
danskunst met dien voor catechiseermeester vereenigd
vinden. Doch het is iets anders, eene kunst of weten-
schap grondig te kennen of met lust en ijver te beoefe-
nen , dan met woorden uit dezelve ontleend te spelen.
Daarenboven wordt er tot het grondig aanleeren van
ééne kunst of wetenschap te veel moeite en tijd ver-
eischt, dan dat het mogelijk zoude zijn, dat "iemand
het in twaalf van dezelve zoo ver zoude kunnen bren-
gen , om er onderwijs in te geven, of dezelve met
vrucht uit te oefenen.
Had onze groote heer uit de stad zich aan één of
twee kunsten en wetenschappen, waarvoor hij aanleg
had , waartoe men dus kon zeggen , dat hij door den
Schepper bestemd was, gehouden, had hij die slechts
vlijtig beoefend en grondig geleerd, dan zou ieder der-
zelve hem misschien een ruim bestaan gewaarborgd
hebben: thans echter, nu hij van zoo vele zaken iets,
en, op den kern beschouwd , van het geheel niets
weet, loopt hij gevaar, dat zijne twaalf kunsten en
wetenschappen fiem tot den bedelstaf zullen voeren."
Al de huisgenooten zwegen hierop en schenen dus in
het gevoelen van Reinoud te deelen.
God schonk aan ieder mensch zijn onderscheiden gaven ;
Voor alles aanleg staat gelijk aan witte raven.