Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 26 )
voor z^n graan ontvangen had ^ gingen zeli>en op
den wagen zitten y reden in allergl voort en lie^
ten Clemens in dien naren toestand Liggen, ;) Dat
is weder binnen l" zeiden de booswichten tot el"
kander; maar zij dachten er niet aan, dat de
wreker der ongeregtigheid liuii eeii spaak in liet
wiel zoude steken, of met andere woorden-, Ä dat
de goede God liun god'loos plan zoude verijdelen.'^
Niet lang daarna werden zg door eenen vreese^
igken regen en eenen stihduisteren nacht overval-
len, Z^ verdwaalden op het onej/en veld, de
wagen liep vast; toen zij hem met geweld poogden
los te jagen , brah een der achterwielen.
Nu besloten z'g , om de paarden te ontspannen
en al rijdende hunne veiligheid te zoeken. De
regen en de duisternis hielden echter aan; zij
reden al voorwaarts ^ zonder te weten ^ waar zg
zich bevonden, Eindelgk hieven heide paardeii
in een moeras, nabij het dorp, waar Clemens
woonde , steken, Zg poogden zoo lang vruchte-
loos , om de paarden weder uit het moeras te
krggen, dat een aantal buren van Clemens, die
door de ongeruste vrouw met lantaarns waren
uitgezonden, om haren man op ie sporen , hen
daar vonden , de paarden duidelijk herkenden en
de roovers in verzekering namen. Nu moesten
zg bekennen , waar Clemens zich bevond, die on-
verwgld opgespoord, van zijne kluisters ondaan
en mede genomen werd.
Nu redde men de paarden met alle magt uit
het moeras, bond de beide deugenieten eerst de
handen op den rug en hen vervolgens aan de
staarten der paarden vast, waarna men ijlings
met hen naar het dorp, en wel eerst naar het
gemeentehuls reed, om de vagebonden in verze-
kerde bewaring te brengen, aa» den bevoegden