Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 21 )
schande zoude zijn, dat een zoo geschikte aanleg uit
gebrek aan de noodige ontwikkeling voor het onderwijs
zoude verloren gaan. Indien gij er genoegen in neemt ^
en Kasper daartoe genegen mögt zijn, dan wil ik den
knaap tot mij nemen, hem kost en kleederen, benevens
boeken tot zijn onderrigt geven , hetn om niec onderwij'
zen in alles, wat tot dit vak vereischt wordt, hem ver-
volgens als ondermeester gebruiken en zoo lang bij mij
houden, dat hij den tweeden rang ah onderwijzer heeft
verworven en alzoo naar eenen eigenen en go.eden onder-
wijzerspost mag en kan dingen. Hoe staat u dit voor-
stel aan
„Dat zonde een kolfje naar de hand van Kasper zijn,"
antwoordde vader Klemens , „ en ik voor mij neem er
mede groot genoegen Dadelijk wordt nu Kasper
geroepen, die daarover uitermate verblijd was. Des an-
deren daags ging hij dadelijk naar den braven onder^
wijzer, die hem van alles verzorgde , in al het noodige
onderwees, en hem tien jaren als ondermeester bij zich
hield. Nu had hij de vereischte bekwaamheden en den
gevorderden ouderdom^ om naar den tweeden rang te
dingen, dien hij ook met grooten lof verwierf Kort
daarna was er een vacante onderwijzerspost, hij gaf
zich ah mededinger aan, muntte op het examen boven
allen uit en verwierf den post.
Eer hij vertrok, drukte hij zijnen weldoener de hand ^
bedankte hem duizend malen en nam^ met tranen in de
oogen, een roerend afscheid van den braven man , aan
Wien hij, naast God , zijn geheel aardsch fortuin te
danken had»
Een mensch, bedeeld met deugd, met aanleg en versfand ,
Vindt ligt', met goede hulp , een kolfje naar zijn hand.