Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( '9 )
tc ontvangen. De weg liep voor een deel door een uit-
gestrekt kreupelbosch, waar men geene huizen en zelden
menschen aantrof. Toen hij in den laten avond in zeker
dorpje, dat niet ver van het genoemde bosch verwijderd
lag, kwam, hoorde hij, dat twee personen in eene
herberg in het geheim iets met elkander overlegden.
Zonder hier iets van te laten blijken, scherpte hij zijne
ooren, ten einde er toch iets van te verstaan, en hoorde
duidelijk de woorden: „erfenis, afleggen, vermoordend^
Daar hij nu niet meer twijfelde, of dit gold hem, zoo
zeide hij tot den herbergier: „Ik wenschte hier van
nacht te blijven; maar ik ben hier onbekend; zoude
gij mij uwen knecht ook kunnen mede geven naar den
Burgemeester van «we gemeente ?" — „ Met alle plei-
zier," zeide de vriendelijke herbergier en deed terstond
den knecht roepen, die Julius naar den Burgemeester
geleidde. Bij den Burgemeester gekomen zijnde, zeide
Julius tot hem: „ Ik hoorde daar ginds in de herberg
een muisje piepen, en acht mijne bezittingen en mijn
leven op reis niet ve'lig, en wil derhalve hier den nacht
logeren. Echter zoudt gij wel doen, met in alle mo-
gelijke stilte, dezen nacht een gewapende magt naar het
bosch te zenden." De Burgemeester zond in aller ijl
vier welgewapende en onbeschroomde mannen naar het
bosch. Drie hielden zich schuil, terwijl de een voor-
aan wandelde. Toen zij midden in het bosch waren,
sprongen twee sterke kerels uit een boschje en riepen:
„Leg af, of gij zijt een man des doods!"
Nu sprongen ook de andere drie toe, grepen de roo-
vers van achteren aan, wierpen hen op den grond, bon-
den hen de handen eii voerden hen zoo naar het dorp.
Voor het geregt bekenden zij naderhand, dat zij het
voornemen hadden gehad , om Julius te berooven , en ,
zoo hij niet goedwillig alles had willen afgeven, te ver-
moorden. De Burgemeester zeide naderhand tot Julius:
„Wat gelukkig voor u, dat gij daar in de herberg gingt
en aldaar een muisje hoordet piepen, of met andere woor-
den : dat gij iets van het moorddadig geheim ontdektet!
Merk dit aan als eene bijzondere bescherming Gof/j,
die door dit middel uw leven redde cn daarbij twee