Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( i8 )
bocDiJC cr bc rcbciicit Dij/ bic Fjcm adötcrbatTjt fjab^
ben bacn opbattcn. „ (öij rjcfit rent nena;bccïb /"
:scibe 3ijn babcr. „ (öclniiiftiij / bat jtij tijbig gcnoep
lont hebt geroken, cn baarbao^ bao^ beeerftcbieberij
Detaaarb 5ijt öeüïeben. i©anft ben ijaebcn God baar«
boo? in ulti abnnbacürb! IPrait Ijet fpjceftlnoojb is
en blijft hiaarljcib: „ eerst eene raap, en dan een
schaap, daarna eene koe, en dan naar de galge toe!"
©c;^ anbcrcn baart^ Saajbe men/ bielli lat Johan
tn Liikas setroffcn Fjab. (Certajjl jij fjunnc saliften
5Gcb cebttlb fjabbcn/fjabben 51) oolf/ maar / TjelaafS!
te ïaat lont geroken, ©e ftntti'jt Ijab icté in brn fjof
jierjaa^b / Fjab Matthens baar ftcnnis ban neseben/ tieibc
Inareii nn in aïïen ijl op bc bieben afnenaan/ Jochem
inaij ober bc itaot flcfpjnnrfcn / maar babclij'if boni
tien rmccQt Dcpaftt; Lnkas hia?? tat aan ben l^^iÏ!.- i"
bc jlnnt bïijbcn ftcftcn en Danj ben boer flcrt^cpcu
rtchiajbcn. H^c appcïa taarcn babeiijft bcrlirurb bcr=
'ilaarb rtehio^ben/ be janrtcn^ j^abbcn ecrdt icber bijf«
rnttaintijj fiartcn met eenen ftcbigcn tailflcntaft nnt^
bannen cn nu ijab bc ifnccftt ben beïbltiatrjtcr ban
ijet bojp ocïjaalb/ bic fjen boo^ b;ic banen / op bia=»
tercnB;oob/ tn ben tnren ijab tjchio^pen. „l^oc
Runt Bij onö ober crnigc nppcfen 500 jlrcns ftraf^
fen?" öaöbcn be onbeugenbe ftnapen tot Matthens
nc3cob. „ (Om u in be toeftam^t boa? eene nag beel
pijnlijftcr cn fcljanbelijftec flraf boo? bc ijanb bcö
Jicrjcrpreuter;^ tc bctaaren/" ïjab bc bcrflanbigc
man ijnn ten anttaoojb jjeaeben.
Gelukkig is liet, zoo een naadrend lot n kwaa 1 is ,
Dat gij povaar verneemt en lont ruikt, eer't te Iaat is.
X.
IK HOORDE EEN MUISJE PIEPEN.
Julius was in zeker dorp, dat verscheiden iiren vnn
zijne woorplaacs nllag, genoodigd, om daar zijn aandeel
aan eene aanzienlijke erfenis van eenen overledenen oom