Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( )
als eene toevallige eigenschap moet worden beschouwd;
want op dezen dag heeft zijne dochter zich in het huwlek
verbonden, waarover de brave oude, en te regt, zeer
verblijd was; — bij dergelijke gelegenheden wordt er
wel eens meer geschonken en gedronken , dan de ware
vrolijkheid der gasten vordert; — daarbij is Piin reeds
door den ouderdom verzwakt en niet dagelijks aan dit
genot gewoon, waardoor hij natuurlijk zeer ligt door
den wijn of sterken drank bevangen wordt.
Indien gij dus uwen evenmensch wilt beoordeelen,
dan zult gij wijs handelen, door eerst al zijne goede en
slechte hoedanigheden met elkander in vergelijking te
brengen , — ten anderen wel in aanmerking te nemen , of
eene eigenschap wezenlijk of slechts toevallig is, — en
ten derde, de oorzaken der handelingen naaiiwkeurig
te onderzoeken : dan zult gij veelal bewaard blijven voor
liefdelooze en onregtvaardige oordeelvellingen omtrent
uwe natuurgenooten.
Hierna zweeg de oude Hieronimus, en zijne kinderen
en andere huisgenooten waren wel voldaan over zijne
verstandige aanmerkingen.
Gelijk nog altijd schuim j'j aan het goud verbonden.
Zoo wordt geen mensch volmaalt, noch vlekkeloos gevonden,
VIII.
EEN AREND VANGT GEENE VLIEGEN.
Leopold was tan zijne jeugd af met uitstekende hoe-
danigheden van verstand en hart begaafd. Allo
beuzelingen, die door andere kinderen als gewigtiga
zaken werden gewaardeerd, achtte hij beneden zijne
waarde, om er zich mede te bemoeijen. Zijn onder-
wijzer voorspelde hieruit reeds, dat Leopold eerlang
een groot en verheven man zoude worden; owant —
zeide hij gewoonlijk — ern nrond vniint jfjeone vlie-
gen , of met andere u ooiden: fjroolo on verliehene zie-